Jelle bekijkt

De wereld, door de ogen van Jelle

The Way Of The Gun april 7, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:10 pm

Als je toekomt in Israel en als je rondloopt in Jerusalem, is er in het begin iets dat je heel hard opvalt. Op elke hoek van de straat staat minstens een soldaat. Overal loopt zwaar bewapende politie rond, hier en daar wordt een straat afgezet. Niemand komt er dan door, tenzij je kan bewijzen dat je in het afgezette gebied woont. Vooral voor toeristen is dit heel lastig, want op je paspoort staat niet in welk hotel je verblijft.
Ze hebben me hier verteld dat je er van mag uitgaan dat elke jonge Israeli gewapend is, en sommigen doen in elk geval absoluut geen moeite om dat te verbergen.

Mijn allereerste dag in Jeruzalem was ik gechoqueerd door een groep jonge meisjes. Een stuk of vijftig tieners werden rondgeleid in de oude stad. De meesten hadden een rugzakje aan, en vonden de uitleg van de gids niet zo interessant. Ze stonden wat te keuvelen onder elkaar, waren bezig met hun gsm, plaagden elkaar. Ze vertelden grapjes tegen elkaar, en letten de merkwaardige passanten af. Je zou veronderstellen dat ze op een schooluitstap waren of zo.

Een ding klopte echter niet in het hele plaatje. Allemaal hadden ze namelijk een enorm groot geweer, schijnbaar achteloos over hun schouder hangen. Het gebeurt me niet vaak, maar ik was zo uit mijn lood geslagen, dat ik zelfs vergat een foto te nemen.

Ondertussen ben ik hier meer dan een week, en het is opvallend hoe anders je blik wordt als je hier even rondloopt. Al dat demonstreren van wapens, al die aanwezigheid van soldaten en politie, het valt me gewoon niet meer op. Op die korte tijd is dit beeld zo vertrouwd geworden, dat je van niks meer opkijkt.

Of toch? Toen ik vanmorgen langs Jaffa Gate de oude stad binnenwandelde, had ik de indruk dat er iets anders was. Ik vroeg me zelfs even af of er iets aan de hand was. Er stonden namelijk maar twee soldaten op het hele pleintje. Waar waren die andere 15 toch naartoe?

 

New Askar Refugee Camp april 6, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Elke dag vecht de kleine Palestijn om te overleven en tegen de grote Israelische reus. Elke Palestijn heeft daar fascinerende verhalen over te vertellen. Iedere bewoner van de West Bank zou urenlang kunnen praten over de vele aangrijpende dingen die hij of zij heeft meegemaakt. Ieder levensverhaal zit vol drama, tragiek, vreugde en hoop.
Het is bijna vreemd dat Hollywood nog nooit het leven van een Palestijn heeft verfilmd ‘based on a true story.’
Eén van de verhalen die een film of een boek waard zijn, is dat van het Social Development Center in het vluchtelingenkamp Askar, in de stad Nablus.
Het verhaal gaat als volgt:

Begin jaren ’90 leren een aantal jonge gasten elkaar kennen in de gevangenis. Ieder van hen was gearresteerd omdat ze politiek actief waren, of meestreden tijdens de intifada. In gevangenschap discussieren ze met elkaar over de Israelische bezetting, en over hoe ze zich het best kunnen verzetten tegen de bezetter.
Ze besluiten om samen de strijd aan te binden, maar “op een andere manier dan voorheen.” Ze kiezen ervoor “om de mensen opnieuw HOOP te geven.” Ze verenigen zich, en starten samen het Social Development Center.

Vijftien jaar geleden was er in Askar zo goed als niks. Zeker in New Askar, een vluchtelingenkamp dat nog steeds niet erkend wordt door UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees).
En nog steeds zijn er geen scholen, geen voorzieningen en geen lokaal bestuur. Maar er is wel het Social Development Center.

Het Social Development Center probeert een aantal van de hiaten die er zijn in de voorzieningen op te vullen. Daarnaast proberen ze te bouwen aan de bewustmaking van de bevolking van het belang van vrijwilligerswerk, zelfredzaamheid en gemeenschapstrots.
Het centrum organiseert culturele en sportieve activiteiten, verzorgt cursussen en zomerkampen, voorziet psychologische bijstand voor vluchtelingen, en heeft een aantal lokalen waar ze motorisch gestoorde en gehandicapte kinderen opvangen.

Vooral dat laatste maakt diepe indruk op onze groep. De kinderen worden hier begeleid in hun opvoeding, er worden cursussen voorzien voor de ouders om te leren hoe ze moeten omgaan met de handicap van hun kind, en er zijn dokters en orthopedagogen aanwezig die de kinderen helpen bij het maken van vorderingen.

Tijdens een rondleiding in het centrum, ontmoetten we Samira. Het meisje werd als een gewoon kind geboren, maar kwam op jonge leeftijd ten val, en stootte haar hoofdje. Sindsdien is Samira motorisch gestoord.
Toen wij het lokaal binnen kwamen, was ze net bezig met oefeningen om dingen te leren grijpen, en dan weer los te laten. Amjad Rifaie, de directeur van het centrum die ons rondleidde, stelde haar voor aan ons, en vertelde er bij: “Samira is een bijzonder kind. Telkens als ze lacht, lacht iedereen mee.”

En dat bleek waar. Niemand kon zijn glimlach bedwingen, en iedereen moest ook een traan wegpinken. Het gevoel dat ieder van ons kreeg bij het zien van dit kind, was wel heel speciaal, één om nooit meer te vergeten.
Dit kind en dit project veroverden dan ook een heel apart plaatsje in de harten van iedereen die aanwezig was tijdens deze observatiemissie.

 

Palestinian Medical Relief Society – Nablus april 5, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Nablus, de grootste Palestijnse stad op de West Bank.
Vooral hier speelde zich de tweede intifada af, of eerder de reactie van het Israelische leger. 90 dagen lang werd hier gevochten. 90 dagen lang gold er een uitgaansverbod in de hele stad. De gebouwen van de lokale overheid werden volledig verwoest, verschillende huizen, of zelfs buurten, werden platgebulldozerd, en heel wat burgers werden gevangen genomen, gewond of gedood in deze periode. In totaal kwamen 85 Palestijnen om, waarvan 75 burgers.

Omdat de mensen niet buiten mochten, werden er gaten in de muren gekapt om zich toch rond te kunnen bewegen. Op deze manier konden ze zich via ruilhandel toch voorzien van het noodzakelijke. Af en toe werd het uitgaansverbod al eens twee uur opgeheven, en dan konden er vlug inkopen gedaan worden. Maar tegen het einde van deze periode, waren alle winkels leeg.
De Israelische soldaten waren bang om zich door de straten te begeven, en namen de techniek van de Palestijnen over: om zich te verplaatsen door de stad, braken ze gaten in de muren, om zich zo van huis naar huis te verplaatsen. Ze gebruikten woonkamers van huizen als hoofdkwartier, als rust- of slaapplaats, als verzamelplaats, etc… De bewoners van het huis werden dan ofwel weggestuurd naar een ander huis, ofwel opgesloten in een kamer.

Toen de belegering van Nablus begon, bleven de hulpverlenende diensten, zoals bijvoorbeeld het rode kruis, weg van het strijdperk. Omdat de veiligheid van hun medewerkers niet kon gegarandeerd worden, bleven alle organisaties enkele dagen wachten, vooraleer zij toch de stad introkken. Alle, behalve een.
De vrijwilligers van The Palestinian Medical Relief Society (PMRS) waren niet te houden. Zij zijn zelf allen inwoners van Nablus, en konden niet aan de kant blijven toekijken terwijl hun familie, hun buren en hun vrienden medische bijstand nodig hadden. Met gevaar voor hun eigen leven, reden zij al met hun ambulances rond in de stad, van zodra het Israelische offensief was gestart.

Tijdens de gevechten die toen plaats vonden, vielen er ook slachtoffers bij de pers en bij de hulpverleners. Israel is altijd blijven beweren dat dit steeds per ongeluk was, en nooit met opzet. Het beeldmateriaal dat we te zien kregen bij PMRS spreekt dat nochtans duidelijk tegen, en lijkt me moeilijk te weerleggen.
Er wordt verschillend materiaal getoond waarop te zien is hoe hulpverlening met opzet wordt gedwarsboomd. Op een aantal filmpjes worden mensen van een brancard gehaald, om ondersteund voorbij hindernissen te strompelen, of gedragen te worden. Op een filmpje is te zien hoe een Israelische jeep expres de weg versperd voor een ambulance, en weigert opzij te gaan. Er zit niks anders op dan een andere ambulance te laten komen langs de andere kant, en de gewonde uit de ene ambulance te halen, voorbij de jeep te dragen, en opnieuw in de andere ambulance te laden.
Er wordt ons ook een amateurfilmpje getoond waarop een jongetje, dat vanop het balkon aan het toekijken was, in het hoofd wordt geschoten en sterft. De Israeli hebben steeds beweerd dat zij dit kind niet hebben beschoten. De Palestijnen betwisten dit.

Het Israelische bewind praat het dwarsbomen van Palestijnse en andere ambulances goed met het argument dat ambulances al eens werden misbruikt om wapens te smokkelen. Uit het materiaal van het PMRS blijkt dat het Israelische leger deze uitleg dan weer misbruikt om hulpverleners te dwarsbomen. Zij doen dit op momenten dat het wel heel duidelijk is dat er van wapen- of andere smokkel geen sprake is. Mensen liggen zwaargewond te sterven in de ambulance, terwijl de soldaten met opzet de weg versperren. Er wordt geschoten op paramedici die te hulp willen schieten. Ambulances, klinieken en medische aparatuur worden geviseerd en vernield door de Israeli. Met deze praktijken lapt het Israelische leger (nog maar eens) de internationale conventies aan zijn laars, waaronder de conventie van Geneve.

Meer informatie over het prachtige werk dat PMRS doet, is te vinden op http://www.upmrc.org
Hier kan je ook info vinden over de andere Medical Relief Committees, verspreid over de West Bank.

 

Tel Aviv – Zochrot april 4, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 10:00 pm

Vandaag zijn we naar Tel Aviv geweest, de internationaal erkende hoofdstad van de Joodse staat (enkel de VS erkennen Jeruzalem als de hoofdstad van Israel). We bezochten er onder andere de organisatie Zochrot, en wandelden er door de oude stad Jaffa, de vroegere arabische zusterstad van Tel Aviv.

Het is enorm moeilijk om de dialoog aan te gaan over dit conflict met Israeli en/of joden van over de hele wereld. Als je kritiek durft te uiten, wordt je al gauw verweten antisemiet te zijn. Vaak krijg je ook het argument te horen dat je de situatie niet kan begrijpen, omdat je niet in Israel leeft, en dus niet weet wat het is om constant het risico te lopen het slachtoffer te zijn van een terroristische aanslag.

Wat echter vooral deze dialoog moeilijk maakt, is de sterk verschillende context van waaruit beide partijen argumenteren. Iemand die zionistisch is ingesteld, of die in Israel leeft, debateert vanuit dat standpunt. Iemand die gewonnen is voor de Palestijnse zaak, discussieert vanuit het standpunt van de modale Palestijn.
Voor de ene is de essentie van de zaak “een veilige Joodse staat”, voor de ander een “leefbaar Palestijns land”. En het conflict is na 60 jaar zo gepolariseerd, dat iedereen de indruk heeft gekregen dat beide niet combineerbaar zijn.

Iemand overtuigen kan pas gebeuren als je argumenteert vanuit het beeld dat hij heeft op het conflict. Een eerste stap om tot een constructieve dialoog te komen, is het begrijpen van elkanders visie. Dat begrip is op dit moment nagenoeg volledig afwezig.

De belangrijkste reden voor dit onbegrip, is het gebrek aan objectieve informatie. Beide bevolkingsgroepen worden zo veel mogelijk van elkaar gescheiden, wat er al voor zorgt dat er weinig gelegenheid is om “het andere standpunt” te horen. Daarnaast is de informatie die wel ter beschikking wordt gesteld, zowel lans Palestijnse, als langs Israelische zijde, eenzijdig, subjectief, of zelfs sterk gekleurd.

Voor 99 procent van de Israelische bevolking is het conflict begonnen in 1967. Tijdens de zesdaagse oorlog veroverde Israel Gaza, de West Bank, de Golanhoogte en de Sinaiwoestijn.
Maar eigenlijk bestaat dit conflict al veel langer, en veel van de problemen van vandaag vinden hun oosprong in de oorlog van 1948. Israel riep toen eenzijdig de Joodse staat uit, en werd prompt aangevallen door een coaltie van arabische landen.
Door de Palestijnen wordt deze oorlog “Nakba” genoemd, wat “catastrofe” betekent. Maar heel veel Israeli weten niet precies hoe het toen gelopen is, en begrijpen dan ook niet de argumenten en de claims van de Palestijnen, die zich stoelen op de gebeurtenissen van toen.

De organisatie Zochrot probeert de publieke opinie in Israel bewust te maken van de werkelijke gebeurtenissen van 1948. Zij vertelt over Nakba, niet eenzijdig zoals dat gebeurt in de schoolboeken, maar op een objectieve manier, om aan de Israeli te tonen hoe het echt is verlopen.

Meer informatie over Zochrot is te vinden op www.zochrot.org
De openingspagina is in het Hebreeuws, dus je moet wel even klikken op het woordje “English”.

 

Toerisme en economie op de West Bank april 3, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Gisteren waren we in Jericho, vandaag in Nablus.
Er zijn nog zo veel dingen die ik daarover moet vertellen, maar voorlopig komt dat er niet van.
Alvast toch een berichtje over het toerisme en de economie in de Palestijnse steden die we reeds hebben bezocht.

Vooral in Jericho, maar ook in Nablus, zijn wel wat dingen die vroeger tot het vaste toeristische traject behoorden. Als mensen naar de dode zee gingen, reden ze meestal ook eens tot in Jericho. Hier zijn de vroegst gekende bewijzen van de eerste nederzetingen terug te vinden. Het was waarschijnlijk hier dat de mens voor het eerst stopte met rondtrekken, om zich definitief op een plaats te vestigen, zo’n 10.000 jaar geleden. Vlakbij bevinden zich Byzantijnse ruines, en het was hier dat Jezus veertig dagen de woestijn introk om te gaan vasten.
Nablus was vooral bekend van het lekkere eten en de typische speciale olijfzeep die er werd gemaakt. In de buurt ligt ook Sebastya, waar koningen Herod de Grote en Omri tempels en paleizen bouwden, en waar johannes de doper ligt begraven.

Zowel Nablus als Jericho werden ingedeeld als A-gebieden in de akkoorden van Oslo. Nablus is de grootste Palestijnse stad, waar ook twee vluchtelingenkampen zijn, en wordt nu zwaar geviseerd door het Israelische leger, omdat de stad een voortrekkersrol heeft gespeeld tijdens de tweede intifada.

Dankzij de akkoorden van Oslo kregen de Palestijnen in de jaren 90 tijdelijk wat meer ademruimte, ondanks dat toen ook de checkpoints zijn geintroduceerd. Heel veel Palestijnen zijn in die periode huizen beginnen bouwen. Dit zorgt er vandaag onder andere voor dat de bezette gebieden er rijker uitzien, dan ze in werkelijkheid zijn.
Sinds 2000 is de situatie namelijk, na het mislukken van de vredesgesprekken toen, opnieuw enorm verslechterd. En zeker sinds de tweede intifada in 2002, is het van kwaad naar erger gegaan.

Terwijl in de jaren negentig de toeristen elke dag met tientallen bussen de West Bank bezochten, is daar vandaag niet veel meer van te merken. Zelfs in Jericho, waar de bevolking gematigder is, en de situatie steeds rustig blijft, waren wij de enige westerlingen die in de straten rondwandelden. In Nablus was dat ook zo, en uit de reacties van de mensen bleek duidelijk dat het al een hele tijd geleden is dat ze er nog mensen als wij hadden gezien.

In Jericho bestond het stadscentrum 10 jaar geleden uit een aaneenschakeling van winkeltjes en restaurants. Vandaag moet je zelfs al een beetje zoeken om nog een restaurant te vinden, waar enkel lokale mensen gaan om te eten. Hier en daar staat nog een kraampje met fruit, maar toeristische souvenirs ga je niet meer vinden.
Logisch, want wie zou ze moeten kopen?

Nablus was minder afhankelijk van het toerisme, omdat zich hier ook meer industrie bevond, maar het doet raar om als enig groepje westerlingen rond te lopen in een stad die vroeger zo veel te bieden had. En over die industrie krijgen we te horen dat het leeuwedeel ervan ook definitief verdwenen is.

Ik schreef eerder bij ‘Palestijnen, Palestijnen en… Palestijnen” Dat jonge mensen de A-gebieden niet mogen verlaten. Bovendien is het sowieso urenlang aanschuiven bij de checkpoints rond de stad. Wanneer wij vanmiddag de stad probeerden te verlaten via checkpoint Huwarra, stonden er mensen al vier uur aan te schuiven. Als je er met mensen over praat, komen er steeds verhalen boven over checkpoints die hele dagen dichtblijven, of over mensen die overnachtten bij een checkpoint, om dan pas de volgende morgen te worden doorgelaten. Op die manier wordt het natuurlijk wel heel moeilijk om je economie, en in Nablus dan vooral specifiek de industrie, leefbaar te houden.

 

Het geloof in onderhandelingen april 2, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:00 pm

Bij de meeste Palestijnen neemt het geloof in constructieve onderhandelingen meer en meer af. Dit is omdat voor de gewone Palestijn in de straat zijn dagdagelijkse leven moeilijker en moeilijker is geworden, ondanks dat Abbas vanaf het moment dat hij verkozen was tot president, steeds klaar en duidelijk heeft gezegd dat hij wil onderhandelen. Dat is ondertussen meer dan twee jaar geleden, en Abbas heeft met zijn houding nog niks bereikt in de ogen van de Palestijnen.

Hamas heeft wel een beproefde methode om iets te bereiken: het ontvoeren van Israelische soldaten. Niet zo lang geleden nog ontvoerden ze de soldaat Gilad Shalit, en eisten ze de vrijlating van Palestijnse gevangenen in ruil voor zijn vrijlating. Met succes.

Het is pijnlijk om te zien dat Hamas op deze manier bereikt wat Abbas niet gedaan krijgt aan de onderhandelingstafel. Deze perceptie heeft zeker en vast bijgedragen tot de verkiezingsoverwinning van Hamas bij de vorige verkiezingen in 2006.

Dat de Palestijnse bevolking door deze gang van zaken meer en meer gewonnen is voor de hardere, agresieve aanpak van Hamas, is ook de Israeli niet ontgaan.
Terwijl Shalit werd vastgehouden door Hamas, gaven enkele adviseurs van Olmert de raad om een gebaar te stellen naar Abbas. Israel zou enkele tientallen, of zelfs honderden politieke gevangenen kunnen vrijlaten, schijnbaar als een gevolg van onderhandelingen met Abbas.
Een aantal rechtse politici uit Israel konden hun oren niet geloven: hoe kon Olmert er ook nog maar aan denken om Palestijnse gevangen vrij te laten, terwijl Shalit hierdoor niet zou vrij komen. Enkel als deze geste zou opleveren dat Shalit naar huis kon terugkeren, was deze optie voor hen bespreekbaar.
Het kabinet van Olmert contacteerde Abbas met dit voorstel: als Abbas er voor kon zorgen dat Shalit werd vrijgelaten, zouden een aantal politieke gevangenen worden vrijgelaten.

Hamas en Fatah zijn de twee voornaamste partijen in Palestina. Van de 132 verkozenen bij de laatste verkiezingen, zijn er 13 die niet tot een van deze twee partijen behoren.
Hamas was dus niet meteen geneigd om de ontvoerde soldaat te laten gaan, op vraag van Abbas, om op die manier opnieuw hoop te doen groeien in de onderhandelingen die Abbas en zijn Fatahpartij voeren.

Het resultaat van het voorstel van Israel is dat Abbas opnieuw is teruggekeerd met lege handen van de onderhandelingstafel. Daarna zat er voor Olmert niks anders op dan zelf te onderhandelen met Hamas, en in ruil voor de vrijlating van Shalit, tientallen Palestijnse gevangenen te laten gaan. Op deze manier werd voor de Palestijn in de straat nog maar eens duidelijk gemaakt dat Fatah veel minder bereikt met zijn vredevolle strategie, dan Hamas met het ontvoeren van soldaten.

 

Palestijnen, Palestijnen en… Palestijnen april 1, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:00 pm

Het klinkt misschien raar, maar voor de staat Israel zijn er veel verschillende soorten Palestijnen.
Dit uitleggen is niet zo eenvoudig, en eigenlijk niet los te koppelen van de geografische en demografische realiteit in Israel en de geschiedenis van het conflict.
Ik onderneem toch een poging om het volledig uit de doeken te doen. Schiet aub niet op de pianist als het te ingewikkeld lijkt.

Laat het ons eenvoudig houden en ons beperken tot 4 grote groepen Palestijnen:
- Palestijnen met een Israelisch paspoort
- Palestijnen met een residentie in Jeruzalem
- Palestijnen op de West Bank en in de Gazastrook
- Palestijnse vluchtelingen in Egypte, Syrie, Jordanie en Libanon

De Palestijnen met een Israelisch paspoort zijn burgers van de Joodse staat en hebben in principe dezelfde rechten als de andere inwoners van Israel. Ze zijn met zo’n 1.2 miljoen, wat iets meer dan 20% van de bevolking betekent. Het is belangrijk voor de staat Israel om dat zo te houden, omdat zij enkel een Joodse staat kan zijn zoals zij dat wil, als de Joden in de meerderheid zijn.
Er is een tijd geweest dat de Arabische Israeli bij wet werden gediscrimineerd, maar een groot deel van die wetten zijn veranderd in de jaren 90, en nu is die situatie dus beter. Dat komt vooral doordat in de jaren 90 het Israelische hooggerechtshof nogal links was. Premier Olmert heeft al willen proberen om opnieuw een aantal nieuwe discutabele wetten te stemmen, maar voorlopig wacht hij nog even. Voorlopig is hij nog even bezig met te proberen de samenstelling van het hoogerechtshof te wijzigen.
Bovendien is het nog steeds zo dat de Israelische Palestijnen niet in het leger mogen dienen, terwijl de Israelische maatschappij veel belang hecht aan de prestaties die je hebt geleverd tijdens je legerdienst, en dat de rang die je uiteindelijk behaalt, heel bepalend is voor je verdere carriere. Best vervelend dus, als je gewoon niet in het leger mag.

De Palestijnen op de West Bank en diegenen die in Jeruzalem wonen, zijn staatloos. De staat Israel wil deze mensen niet opnemen in haar land, ook niet de Palestijnen van Oost Jeruzalem, omdat het demografisch overwicht van de Joden in haar maatschappij dan in het gedrang komt.
De Palestijnen van de West Bank bezitten wel papieren, uitgereikt door de Palestijnse autoriteiten, waar in het arabisch “paspoort” opstaat, maar in het Engels “travel document”. Het is echter duidelijk dat deze mensen staatloos zullen blijven (en dus geen wettig paspoort kunnen hebben) zolang er geen erkende Palestijnse staat is.
Vroeger werkten heel veel van deze Palestijnen als goedkope werkkrachten in Israel. Tegenwoordig staat er echter een muur in de weg (in een latere post meer daarover) en is het voor de Palestijnen van de West Bank verboden om door de checkpoints van de muur te gaan en zo Israel binnen te komen. Voor Palestijnen tussen de 16 en de 35 is het tegenwoordig zelfs verboden om hun eigen A-zone te verlaten, en zich te verplaatsen binnen de West Bank. Maar goed, ook dat leidt ons te ver, ook hierover zal ik meer schrijven in een volgende post.

De Palestijnen die een residentie hebben in Jeruzalem, zijn geen Israelische staatsburgers, maar mogen Israel wel binnen. Ze wonen nu eenmaal aan de Israelische kant van de muur, meestal in Oost Jeruzalem (wat echter geen Israelisch grondgebied is).
Zij bezitten een Israelische blue ID, en een Jordaans “travel document”, maar zijn dus ook staatloos. Zij zijn zowat de enigen die nagenoeg overal mogen komen. Nagenoeg, want ook voor hen zijn er beperkingen: de weg ten Noorden van Jericho, naar Tiberias, is bijvoorbeeld verboden terrein. En ik schreef hierboven dat Palestijnen tussen de 16 en de 35 de A-zones op de West Bank niet mogen verlaten. Voor iemand van die leeftijd met een blue ID betekent dat technisch dat hij de A-zones wel binnen mag, maar daarna niet meer buiten…
Maar goed, ze hebben dus de meeste bewegingsvrijheid, zeker in en rond Jeruzalem, want mogen langs beide kanten van de muur komen. Ze moeten er echter wel voor opletten dat ze hun blue ID niet kwijtspelen. Van zodra iemand zijn blue ID kwijt is, mag hij niet meer binnen in Oost Jeruzalem of Israel, en is hij dus gedoemd om op de West Bank te blijven, of in het buitenland.
Het afnemen van de residentie door de staat Israel, gebeurt als iemand verhuist uit Oost Jeruzalem. Er kunnen al eens uitzonderingen worden gemaakt, bijvoorbeeld als mensen in het buitenland gaan studeren, maar zelfs dan is het oppassen geblazen, en moet je meestal om het jaar eens langskomen om te bevestigen dat je nog steeds in Jeruzalem woont.
De sociale gevolgen hiervan zijn groter dan je op het eerste zicht zou inschatten. Zo vormt er zich bijvoorbeeld een groot probleem wanneer iemand uit Jeruzalem wil trouwen met iemand van de West Bank: de persoon uit de West Bank mag Israel niet binnen, dus kan niet komen wonen bij zijn of haar partner in Jeruzalem. Er zit niks anders op dan de beweging andersom te maken: diegene met de blue ID verhuist naar de West Bank om daar samen te leven met de ander, maar verliest op die manier wel zijn of haar blue ID…
Bovendien is Oost Jeruzalem volledig ingesloten door kolonies, en is het heel moeilijk voor Palestijnen om aan een bouwvergunning te raken in Jeruzalem. De stad haar natuurlijke groei is daardoor nagenoeg onmogelijk gemaakt. Voor Palestijnen uit Jeruzalem die een eigen huis willen bouwen, is er meestal maar een optie: verhuizen naar de West Bank.
De bedoeling van dit alles is duidelijk: de populatie van Palestijnen in Oost Jeruzalem mag niet groeien.

Tot slot waren er nog de Palestijnse vluchtelingen in de buurlanden. De meeste van deze mensen zijn ook staatloos gebleven, en leven nog steeds in vluchtelingenkampen. Enkel in Jordanie hebben de Palestijnse vluchtelingen de Jordaanse nationaliteit verkregen. Hierdoor leven er in Jordanie meer Palestijnen dan Jordaniers zelf, maar ook zij leven meestal nog in erbarmelijke omstandigheden. Het recht van de terugkeer van de vluchtelingen is steeds een belangrijk twistpunt aan de onderhandelingstafel, en werd bijvoorbeeld in de akkoorden van Oslo niet besproken, net als andere gevoelige thema’s als de verdeling van Jeruzalem, en de soevereiniteit van de Palestijnse staat, om toch maar al voorlopig tot een akkoord te komen. Voor deze mensen ziet het er dus niet naar uit dat er in de nabije toekomst iets gaat veranderen aan hun situatie.

 

Yad Vashem maart 30, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 11:00 pm

Yad Vashem is het officiële monument van Israël voor het herdenken van de joodse slachtoffers van de holocaust. Het monument bevat onder andere een historisch museum, waarin de holocaust en de context ervan zeer uitgebreid en nauwkeurig uit de doeken worden gedaan.

Het museum is pakkend. Ook in Amsterdam en in Berlijn bezocht ik reeds enkele musea over de holocaust, en over het algemeen is dit museum beter dan al de andere die ik hiervoor bezocht.
Architecturaal en conceptueel zit het zeer sterk in elkaar, en de informatie is precies, gedetailleerd en gestaafd.

Twee dingen vielen mij echter sterk op.

Uiteraard gaat het holocaustmuseum over de vervolging van de Joden onder het nazibewind in Duitsland en tijdens WO II. Toch is het zeer opvallend dat het museum nagenoeg UITSLUITEND over de Joden spreekt. Een keer worden er in een statistiek ook 500 zigeuners vermeld, een keer wordt er in een uitspraak ook over de communisten gesproken. Meer aandacht wordt er niet besteed aan de andere slachtoffers van de vernietigingsindustrie die werd opgezet door de nazi’s. Homo’s, gehandicapten, politieke gevangenen,… Voor hen is er blijkbaar geen plaats in dit monument en in dit museum.

Nog meer moeite had ik met de allerlaatste zaal van het museum.
De oorlog is gedaan, de schade wordt opgemeten, en… toen was er Israel.
Eerst hangt er nog een kaart waarop wordt getoond hoeveel procent van de Joodse bevolking er in elk Europees land de holocaust niet heeft overleefd. Daarnaast hangen twee reuzegrote foto’s van illegale immigranten in het Britse madaatgebied Palestina. En als allerlaatste van het hele museum hangen daarnaast dan nog wat foto’s van het eenzijdig uitroepen van de staat Israel, zonder enige toegevoegde uitleg. En dat was het dan.

Naar mijn mening ontbreekt hier toch wel enige uitleg en nuance. Israel gebruikt vaak de holocaust als rechtvaardiging voor het bestaan van de Joodse staat. Dit is niet geheel correct.

Uiteraard is de holocaust fout geweest. Uiteraard is de Joden enorm veel onrecht aangedaan, zowel tijdens als voor de tweede wereldoorlog. Ik kan begrijpen dat zij hiervoor op de een of andere manier voor moeten worden vergoed. Ik vind absoluut dat dergelijke musea moeten bestaan, opdat zulke verschrikkelijke dingen niet zouden worden vergeten. Dat zoiets ook nooit meer zou mogen gebeuren.
Maar er kunnen bedenkingen geplaatst worden, als men een fout, gemaakt door een Europees land, probeert goed te maken op de kap van het Midden Oosten, en vooral dan op de kap van de Arabieren die in Palestina woonden.
De manier waarop deze link ook hier te snel wordt gemaakt, en wordt voorgesteld als een evidentie, is niet gepast voor een museum dat nochtans uitblinkt in gedetailleerde informatie en correcte documentatie.

 

Jerusalem – de oude stad maart 30, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 10:00 pm

De eerste twee dagen was het officiële programma nog niet bezig, en heb ik vooral de typische toeristische plaatsen bezocht, meestal op mijn eentje.

Van zodra ik het hostel uitstap, kom ik meteen terecht in een drukte van jewelste. ’s nachts was het hier nog spookachtig leeg, ’s morgens blijkt dat er achter al die gesloten deuren en poortjes verkoopstalletjes verstopt zaten, waar overdag enthousiaste verkopers hun waren proberen te verpatsen aan de toeristen en locals, die in horden door de steegjes voorbij komen. De oude stad is een onvoorstelbare doolhof van kleine straatjes en steegjes, waar het krioelt van de mensen van zeer verschillende komaf. Joden, Christenen en Moslims. Afrikanen, Latino’s en Oostblokkers. Toeristen van over de hele wereld met heel gevarieerde motieven om naar hier te komen. De ene om religieuze redenen, de ander voor het historische aspect, een enkeling voor het nachtleven.

En elk steegje is weer anders. Voor je het weet, wandel je van de Joodse naar de Arabische wijk, en als je dan de hoek omdraait zit je alweer in de Armeense wijk. Nog twee bochten, en je weet het helemaal niet meer. Eindeloos kan je blijven ronddolen, en zelfs als je op plaatsen passeert waar je reeds enkele keren voorbij kwam, springen er steeds weer nieuwe, interessante dingen in het oog.
Af en toe beginnen de klokken van alle kerken te luiden, of is het gebedstijd voor de Moslims, en weerklinken de azan en de shahadah door de hele stad. Aan de klaagmuur is dan weer een Bar Mitswa aan de gang. Dit zorgt stuk voor stuk voor een heel aparte sfeer.

Het weer is aangenaam, de sfeer is relaxed. Je zou bijna vergeten dat je in conflictgebied zit. Af en toe merk je al eens iets merkwaardig op, maar als je deze dingen niet zou (willen) zien, kan je hier perfect een gewone, toeristische vakantie doorbrengen.
Ik neem mezelf voor om (nog) niet te veel stil te staan bij die paar merkwaardige dingen, maar het is sterker dan mezelf. Ik blijf een half uur lang staan kijken als een Arabische bus wordt tegengehouden door de Israelische politie, en alle inzittenden hun paspoorten worden gecontroleerd. Ik merk op hoe een Arabische jongeman wordt ondervraagd door twee soldaten. Uit zijn reacties blijkt duidelijk dat de jongeman zich geintimideerd voelt, maar hij probeert rustig en vriendelijk te blijven.
En Jeruzalem heeft meer daklozen dan ik gedacht had. Een ervan roept de hele straat bijeen in het Hebreeuws. Niemand gaat er op in, maar er worden veel blikken uitgewisseld tussen de passanten, en af en toe sist er eens iemand iets tussen zijn tanden.

De stad is zo druk en hectisch, dat ik het moeilijk is om ergens wat tijd voor jezelf te nemen. Ik neem me voor om wat te gaan rusten in de dorm van het hostel, maar twee Amerikanen zitten daar met elkaar van gedachten te wisselen over de Bijbel. Ik hoor hen ook zeggen dat ze niet begrijpen dat er mensen zijn die heel hun leven in zonde leven, en nooit worden geroepen door God. Ik respecteer iedereen, en sta open voor veel meningen, maar als ik even een dutje wil doen, heb ik toch liever een ander gesprek op de achtergrond.

Vrijdagavond komen we dan een eerste keer samen met de hele groep. Enkel Elke ontbreekt nog, zij vervoegt ons pas zaterdagmorgen. We gaan samen iets eten en zetten daarna nog een stapje in de wereld. Het lijkt meteen goed te klikken tussen iedereen, en er wordt tussen de zwaar beladen gesprekken door, ook veel gelachen.
Maar nog veel belangrijker: iedereen heeft er zin in! Morgen is het eindelijk zo ver!

Tot schrijfs,
Jelle

 

Intrede in Jerusalem maart 29, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 6:00 am

De eerste horde is met succes genomen. Ik ben binnen geraakt!
Op voorhand had men mij duidelijk gemaakt dat de Israelische douane niet om mee te lachen was. Ik mocht met rede vrezen dat ik meteen terug zou gestuurd worden met de eerste de beste vlucht, zonder ook maar een voet te hebben gezet in het beloofde land.
Opdat alles niet voor niks zou zijn, nam ik geen enkel risico. Naar de kapper voor een ‘deftig’ kapsel, voor de eerste keer in maanden mijn baard afgedaan, en volledig uitgedost als een ‘echte’ toerist bood ik mij aan in de luchthaven.

Bij het boarden in Istanbul was het inderdaad meteen prijs. Een extra Israelische controle voor de boardinggate maakte het me al knap lastig. De jongeman die mijn paspoort controleerde begreep maar niet wat ik in zijn land ging zoeken als ik er toch geen familie of vrienden had, en zelfs geen jood was. Pas als ik hem mijn reservatieformulier laat zien van een hotel in Jeruzalem, laat hij me toch verder.
Achteraf bleek dit het meest kritieke moment. In Tel Aviv wordt helemaal niet meer zo moeilijk gedaan tegen mij (tegen sommige andere toeristen wel), en vlotjes wandel ik het land binnen.

Een taxi brengt me tegen een stevig tempo naar de heilige stad. De autostrade slingert zich in stevige bochten door het landschap, en de taxichauffeur slingert lustig mee van links naar rechts en weer terug. Het hotel waar ik de eerste twee nachten heb geboekt, kent hij niet, maar samen, en met behulp van enkele andere taxichauffeurs, vinden we het toch redelijk vlot.
Het is al half twee ’s nachts, en de straten zijn spookachtig leeg en verlaten, als ik aanbel. Ik installeer me vlug maar stil in een kamer met zeven stapelbedden, waar al heel wat mensen liggen te slapen. Op de vloer en onder de bedden ligt het vol met bagage, maar ook met rommel van het hotel zelf, zoals reservelakens, dweilen, schapenvellen, en allerlei zaken die ik niet kan herkennen omdat het te donker is. De bedden zijn wel heel basic, maar ik ben zo moe dat ik zelfs zou kunnen slapen op een houten plank. Ik troost mezelf met de hoop dat het hotel waar we vanaf vrijdag met de hele groep verblijven wel meer luxe zal bezitten, en val snel in slaap.

Tot morgen!
Jelle