Jelle bekijkt

De wereld, door de ogen van Jelle

De avonturen van een drukbezette linkiewinkie op het thuisfront maart 15, 2007

Ingedeeld onder: Linkiewinkie — jellevanstappen @ 10:00 am

 Linkiewinkie. Wereldverbeteraar in hart en nieren. Vechten tegen windmolens en tegen beter weten in. Strijden voor vrede en vrijheid. En voor het milieu en mensenrechten en tegen discriminatie. En voor en tegen zoveel dat ik er dit hele togenbladje mee zou kunnen volschrijven.

Naïef. Een druppel op een hete plaat.

Ik heb al veel veldslagen gewonnen, maar nog meer oorlogen verloren. En dan vragen mensen me al eens: “Hoe hou je dat toch vol?”

Ik weet het zelf niet. Het leeft in mij. Het vloeit en borrelt en bruist, en het moet! Ook als het niet kan. Het kruipt waar het niet gaan kan. 

En toch…

 Terwijl ik mijn strijd voer, mijn troepen stuur, mijn strategieën plan en mijn achterban bevoorraad, is Zij er altijd om mij te steunen. Zij, met een grote Z.

Als ik Haar bezig zie, denk ík vaak “Hoe hou je dat toch vol?” Maar ik durf het niet vragen. Uit schrik voor het antwoord. Terwijl mijn bijna heroïsche daden in de wereld niet eens voelbaar zijn, verzet Zij elke dag hemel en aarde. Voor mij. Thuis heb ik nooit tijd. Ik zit uren achter mijn computer, persteksten te schrijven, achtergronddossiers te lezen, mails te sturen, etc… Als Ze vraagt om eens te helpen bij het koken, belt net de één of andere minister. Als de was moet opgehangen worden, moet ik dringend nog een brief schrijven aan het college van burgemeester en schepenen. Als de hond moet gaan wandelen, moet ik nog eerst een verslag afwerken. En het regent trouwens net…

Flauw excuus. Zij neemt de paraplu en de hond dan maar mee naar buiten. 

Dat is als ik al thuis ben. Want ik moet toegegeven, dat is niet zo vaak. Tussendoor ben ik al eens fulltime gaan werken, maar meestal ben ik wel aanwezig op de één of andere betoging of actie. Tegen de oorlog, tegen het generatiepact, tegen de honger, voor eerlijke handel, voor duurzame landbouw, voor één of ander bos. En is het dat niet, ben ik wel een kerk of een school gaan bezetten. Want Roma’s verdienen ook onderwijs, meneer, en zwarten verdienen ook respect, mevrouw. 

En niet te vergeten, uiteraard is België te klein voor mij. Geregeld zit ik eens een paar maanden in een derdewereldland, waarvan ik vind dat het mijn steun wel kan gebruiken. In Nicaragua water zuiveren en tussendoor de verkiezingen eens winnen, in Indonesië een studentenopstandje meepikken, in Cambodja wat mijnen opruimen en in Thailand zetten we efkes mee de premier af.

En telkens blijft Zij alleen achter. Mag Ze op mijn huis en mijn ouders passen. De planten en de hond krijgt Ze er gratis bij. “Oh, en schatje, jij beantwoordt intussen wel mijn mails en mijn telefoons, hé?” 

Als u dit leest, ben ik alweer weg. Op missie in de Palestijnse gebieden. Om te observeren hoe het leven daar is, en om met de mensen te praten over hun leven, hun noden en hun dromen. En terwijl ik ginder aan het doen ben wat ik graag doe, zit Zij thuis, alleen. Bang af te wachten of ik wel levend terug kom. Achtergebleven in de puinhoop die ik heb gemaakt bij mijn vertrek, want te druk bezig met voorbereiden en plannen. Dus moest u Haar tegen komen terwijl ik weg ben, troost Haar dan. Geef Haar de aandacht waar Ze om vraagt. Geef Haar de knuffel die ik niet kan geven, maar die Ze nodig heeft. Geef Haar een pintje als Ze dorst heeft. Luister naar Haar.

Ze verdient het.

Neem het van mij aan, ik kan het weten. 

 

De avonturen van een onverbeterlijke linkiewinkie december 1, 2006

Ingedeeld onder: Linkiewinkie, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Laos.

Laos is nog steeds communistisch, en vooral nog niet erg ontwikkeld, zeker niet op het vlak van gezondheidszorg. Als je echt ziek wordt, moet je naar Thailand, zien dat je zo snel mogelijk in Bangkok geraakt, of desnoods naar huis. Hoe lang zou dat duren?Waar ik zit, geraak je enkel met de boot. Maar op dit moment is het weer te slecht, en durven ze niet varen. De rivier is veel te wild, en de wind veel te strak. Maar laat ons veronderstellen dat ze het er voor een noodgeval toch op wagen. Dan is het nog één km tot aan de weg, geen idee hoe je die moet overbruggen als je echt iets mankeert, maar daar vinden we dan ook wel iets op. Aan de weg moet je dan eender wat voorbij rijdt tegen houden, en een lift vragen tot aan de volgende stad. Daar zal je dan sowieso moeten overnachten, geen weg naast, om dan de volgende morgen een bus te nemen naar de grens, die over te steken, en dan vervoer te vinden tot in de eerste Thaise stad. Vandaar moet je dan nog eens 8 uur bus of zo tot in Bangkok. Met wat geluk vertrekt er ’s avonds net een nachtbus.  

Laat ons dus maar concluderen, dat als er echt iets scheelt, je het wel kan vergeten. Maar waarom bereken ik dat nu?Ik sta ergens in een prachtig landschap, helemaal alleen (moeten ze je dus eerst nog vinden, ook. Morgen passeert hier misschien eens iemand anders). Je hoort een waterval, maar je ziet ze niet. Als dat niet uitdagen is! Wat is er nu fotogenieker dan een waterval? Toch niet al te veel dingen, me dunkt. Bovendien was bij de vorige waterval, de enige die ik tot nu toe ben tegengekomen, de batterij van mijn camera net leeg. Bij die 500 foto’s van Laos zit dus nog geen enkele waterval…

Ok, maar hoe kunnen we er nu voor zorgen dat we die waterval die we horen ook effectief te zien krijgen? Eens kijken…ah! Dat is een mooie rots! Egaal, gladdig, nat, zonder steunpunten,… maar ik durf er veel geld op in te zetten dat je van op die rots de waterval wel kan zien.Voorzichtig dus, één stapje, nog een stapje, hmm, toch maar wat meer voorover leunen. knietje hier, knietje daar, auw mijn knietjes. Plat op mijn buik. Vooral niet naar beneden kijken, verdomde hoogtevrees. Als ik mijn hand in dat gleufje zou krijgen…ja! OK, voorzichtig verder schuiven, beetje bij beetje…

Uiteindelijk zit zelfs mijn linkervoet in dat gleufje. allee ja, eerder de kleine teen van mijn linkervoet, maar toch. Jammer dat ik voor de rest geen enkel steunpunt heb. Ik lig dus zo plat mogelijk op die schuine, glibberige rots. Duw mijn knieen (auw!) zo hard mogelijk tegen die rots, mijn armen wijd open, zo veel mogelijk druk proberen zetten op mijn ellebogen en linkerhand.OK, heel voorzichtig nu, kijken over mijn rechterschouder. Ja, zie je wel! De waterval! hmm, wel veel kleiner dan gedacht. Waar is die camera nu? Schuif ik naar beneden als ik mijn rechterarm ophef? nee? Voorzichtig dan, zonder te kijken, camera een beetje draaien, waar is die knop nu? Tzzzz… Ja! Da’s alvast een eerste poging. Van ver eens kijken. Hoho, van de eerste keer goed… denk ik, voor zover ik het kan zien, met gestrekte arm en met mijn mijn een oog tegen de rots gedrukt.

Maar hoe geraak ik nu terug beneden? hmm.. Dat klepje van de camera kan ik er hier niet terug opzetten, hopelijk overleeft hij dit. Eén, twee, hup… zo snel mogelijk omdraaien en op mijn gat naar beneden schuiven. Amai dat is hoog, fuck ik ga snel!!!…Boink!!! Auw mijne voet! camera OK? Ja zenne, flink beestje! Shit, een gat in mijn broek! Kan ik nog gaan op mijn voet? Dat valt precies nog wel mee.

En die foto? hmmm… van dichtbij is hij toch niet zo zuiver.Dus diafragma op 4.5 ipv 5.6, sluitertijd misschien toch maar automatisch, toch nog eens proberen zonder flits, dus iso opfokken tot 1600. En één stapje, nog een stapje…

 

De avonturen van een naieve linkiewinkie in Cambodia oktober 15, 2006

Ingedeeld onder: Linkiewinkie, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 am

Cambodia.

Cambodia is vooral bekend (berucht) omwille van het geweldadige regime van de Khmer Rouge onder leiding van Pol Pot in de jaren ‘70, dat zowat een kwart van zijn eigen bevolking uitmoordde op 4 jaar tijd.

In ‘79 werd de Khmer Rouge van de macht verdreven, maar zij zijn een guerillastrijd blijven leveren tot in ‘93. Daarna is Cambodia rustiger en veiliger geworden, en zeker sinds de laatste verkiezingen van 2003 wordt Cambodia als een stabiel land beschouwd. Stabiel, maar corrupt.

Een van de dingen waar de regering in moest inversteren na meer dan 20 jaar oorlog, was de uitbouw van het wegennet, zodat de economie, en zeker ook de toeristenindustrie, opnieuw kon bloeien en voor een instroom van buitenlands geld kon zorgen. En over het algemeen zijn de wegen in Cambodia in de toeristische gebieden ondertussen vrij tot zeer goed. Echter, als er nu een weg goed zou moeten aangelegd worden, een autostrade zou moeten zijn, met 3 of 4 baanvakken, langs waar toeristen en vrachtvervoer in kolonne zouden moeten binnen en buitenstromen in Cambodia, dan is het wel de weg tussen Bangkok, hoofdstad van Thailand, en Siem Reap, de stad vlakbij de wereldberoemde tempels van Angkor Wat. Als er een weg moet worden uitgeroepen tot slechtste weg van Cambodia, dan zal het die weg wel zijn. Ik heb in mijn leven al over veel slechte wegen gereisd, en al veel gevloekt over de wegeninfrastructuur in sommige landen, maar dit slaat echt alles. De timing zal er misschien ook iets aan doen, want het is net het einde van het regenseizoen, maar dit was echt nog veel slechter dan bijvoorbeeld de verschrikkelijke weg tussen Managua en de oostkust van Nicaragua, of pakweg den duivendam in Beveren. En dan bedoel ik uiteraard den duivendam toen die nog DEN duivendam was, niet het perfecte tarmac dat nu is aangelegd tussen Klaveren Aas en de Gentse Weg. (Dankuwel daarvoor Jean-Pierre Boeye, u was een goede schepen. NEXT!)

Nu wordt er gezegd, of beter gefluisterd, dat een bepaalde vliegtuigmaatschappij, wiens naam ik niet ga noemen, heel veel geld betaalt aan een bepaalde politicus, wiens naam ik ook niet ga noemen, om toch maar vooral die weg niet her aan te leggen. Ik zou ook geen enkele andere reden kunnen bedenken waarom ze het nog niet gedaan hebben, en dit zou wel eens de beste investering kunnen zijn die een vliegtuigmaatschappij ooit gedaan heeft, want het plannetje werkt. Zowat elke toerist hier neemt het vliegtuig naar Siem Reap of Phnom Penh. Geen haar op hun hoofd dat er aan denkt om met de bus dat land binnen of buiten te rijden.

Bettie Williams, nobelprijswinnaar voor de vrede in 1977, zei me ooit: “If you’re not trying to make things better, you’re a part of the problem.” en dus probeer ik altijd op zijn minst het goeie voorbeeld te geven. Het goeie voorbeeld geven in dit geval, is mijn middenvinger opsteken naar Air Asia (oeps) en Cambodiaans eerste minister Hun Sen (oeps oeps) en dus de bus te nemen van Phnom Penh naar Bangkok.

Om 7u ’s morgens ben ik vertrokken om eerst 5u lang nog vrij comfortabel te zitten, aangezien de wegen in het zuiden van het land dus wel zijn heraangelegd. Maar vanaf de plaats waar we geluncht hebben, tot aan de grens, niet eens 200 km, is de manier waarop we ons voortbewegen gewoon niet te beschrijven. Dit moet je mee gemaakt hebben om te kunnen vatten. Als we eindelijk aan de grens aankomen om 17u (!!!) doen al mijn spieren en gewrichten pijn, is de helft van het glazuur van mijn tanden, heb ik een stuk van mijn tong gebeten en ben ik zo misselijk dat het lijkt of de hele wereld een kermismolen is. Zelf heb ik niet moeten overgeven, maar door al de geluidjes en geurtjes in de bus ben ik wel mijn eetlust kwijt voor de komende drie dagen op zijn minst. Bovendien voelen mijn nieren aan of ik net drie keer na elkaar ben moeten invallen als sparring partner van Mike Tyson. Al een geluk dat dat het geval niet is, of ik was nog een stuk van mijn oor kwijt ook.

Als je je zo voelt is het niet zo makkelijk om vriendelijk te zijn aan de paspoortcontrole, en ik veronderstel dat ik er niet zo goed zal uitgezien hebben, maar hell yeah, ik heb toch maar weer de corrosiviteit van de corruptie in Cambodia beperkt met deze heroische daad. Meer nog, ik verwacht hiervoor zelfs geen beloning, omdat ik dit nu eenmaal zie als mijn plicht als naieve linkiewinkie. Het bed waarin ik  me ’s avonds heb geploft, nadat ik om 22u ben toegekomen in Bangkok, was trouwens het meest fantastische wat me toen kon overkomen. Dat is al beloning genoeg.

Wereldverbeterende groetjes,

Jelle

 

De avonturen van een linkiewinkie zonder vrees september 24, 2006

Ingedeeld onder: Linkiewinkie, Reizen — jellevanstappen @ 10:00 am

Thailand. 

19 september 2006.

Geland vanuit België om 16u, de bus op en recht de spits in. Het duurt lang eer we Kao San Road bereiken, en het is al donker als ik er aankom. Kao San Road is dé toeristische buurt van Bangkok. Zowat alle hotels en guest houses bevinden zich hier, en het stikt hier van de restaurants, pubs en souvenirwinkeltjes. De buurt overvalt me een beetje. Ik wandel wat doelloos rond om aan de sfeer te wennen, maar dat lukt niet echt. Toch maar vlug een hotelletje zoeken dan.Na wat zoeken, wat afwegen en wat afbieden vind ik toch iets waar ik mee kan leven. Ik eet nog wat op straat, en zit dan beneden in het hotel even te bekomen met een drankje. Het is nog maar negen uur, maar ik ben van plan om dadelijk te gaan slapen. Er staat een T.V. te spelen, afgestemd op CNN.

Plots ‘Breaking News!’ Er rijden tanks rond in de straten van Bangkok! Niemand weet wat er gaande is, maar waarschijnlijk gaat het om een militaire coup. Lap! Het moet weer lukken! Ik ben hier nog maar een paar uren, en het spel zit al op de wagen!Het wordt muisstil. De Thaise mensen van het hotel kijken een beetje paniekerig naar elkaar. Alle toeristen kluisteren zich aan het televisietoestel. Althans, toch voor eventjes. Het duurt niet lang of alle posten worden uit de ether genomen. Het enige kanaal dat nog wordt uitgezonden, is een Thaise post waar enkel hymnes voor de koning op te horen zijn. Ik probeer met het weinige dat ik weet de situatie in te schatten, en kom tot de conclusie dat ik gewoon té weinig weet om dat te kunnen. Ik zit in een vreemd land op het moment dat er een coup wordt gepleegd, en zit vast in mijn hotel zonder van iets af te weten.

Met alle toeristen, maar niet met den deze! Ik grabbel mijn camera en loop de straat op. Alle andere toeristen proberen blijkbaar zo snel mogelijk in hun hotel te geraken. Alle winkeltjes, kraampjes, cafés en restaurants zijn aan het sluiten.Ik spreek een gast aan met een taximoto: “Weet jij waar de tanks zijn?” “Wat wil je, meneer? Sex?” Hij heeft me blijkbaar niet zo goed begrepen.Ik probeer het uit te leggen met handen en voeten. Als hij het eindelijk snapt is zijn reactie wel heel eerlijk: “ZOT!” Ik probeer bij nog een paar andere, maar de naar ’t schijnt nochtans zeer behulpzame Thai zijn niet echt geneigd me te helpen. Het duurt een tijdje om iemand te vinden die het wel ziet zitten. Het gastje geeft overigens toe doodsbang te zijn, en zegt me twee straten verder af te zullen zetten.  

Een paar straten verwijderd van het parlement, is de straat reeds afgezet, maar er zijn geen soldaten of tanks te zien. De taximoto zet me af, wenst me heel veel succes en maakt zich dan snel uit de voeten. Ik wandel rustig voorbij de wegversperring.In de verte, op het volgende kruispunt, zie ik een tank staan. Er staan ook nog een paar soldaten rond, en er zit er eentje bovenop. Er staan ook nog drie Thaise toeschouwers, maar die zien er niet zo OK uit. Ik wandel dus naar de andere kant van de straat.

Op het kruispunt is voor de rest niet zo veel te zien. Deze mannen bewaken duidelijk een brug (een andere baan van het kruispunt) die naar het parlement leidt. Ik twijfel even om een praatje te gaan maken met de militairen, maar kan niet inschatten hoe ze zullen reageren. Ik besluit hen alvast eens te testen door een foto te trekken, om te zien hoe ze daarop reageren. Mijn flits verlicht het hele kruispunt en de soldaten kijken verschrikt op. Ze overleggen even onder elkaar. Er rijdt plots een vrachtwagen voorbij, waarvan de hele laadbak vol zit met militairen. Instinctief hef ik mijn camera op, maar als ik de gelaatsuitdrukkingen zie van de soldaten achterin, beslis ik toch maar niet af te drukken. Eén militair op het kruispunt begint in mijn richting te beweging. Ik doe alsof ik hem niet gezien heb, en traag, maar toch nog snel genoeg, stap ik weg van het kruispunt. Dit was veel moeite voor één foto, waar eigenlijk niet zo veel op te zien is, maar no way dat die kerel hem gaat wissen. Dat lukt, want de soldaat draait zich alweer om, maar het heeft geen zin om hier nog te blijven.

Als ik terugwandel, twijfel ik om het nog eens langs een andere kant te proberen, maar waarschijnlijk zal het op alle wegen naar het parlement wel hetzelfde liedje zijn. De eerste taximoto die ik tegenkom, hou ik tegen, en ik laat me terugvoeren naar het hotel. Kao San Road is volledig leeg en alles is gesloten. Ik bel even naar huis om te zeggen dat alles in orde is, en kruip daarna eindelijk in mijn bedje. 

20 september 2006 

De situatie is rustig. Alle soldaten en alle tanks dragen gele lintjes, de kleur van koning Bhumibol, de vleesgeworden god voor alle Thai. Want geen enkele koning is zo geliefd als de Thaise. De militairen hebben de premier afgezet, en beloven weldra nieuwe verkiezingen. Ze hebben daarover al een onderhoud gehad met de koning, en die was blijkbaar akkoord. En als de koning akkoord is, dan is er voor de gewone Thai geen vuiltje aan de lucht. Verschillende mensen gaan zelfs bloemen geven aan de militairen, om hen te feliciteren. 

Maar goed, dat geldt voor de Thai. Maar wat met de gemiddelde toerist? Die is er blijkbaar toch iets minder gerust op. De gesprekken op Kao San Road gaan dan ook maar over één ding. De Thai hebben dat goed begrepen. Van alle Oostaziatische landen heeft Thailand de beste en de meest stabiele economie, maar niettemin blijft Thailand heel afhankelijk van de toeristische dollars. Om te vermijden dat alle toeristen massaal het land zouden verlaten, en er ook geen andere meer zouden toekomen, worden er allerlei inspanningen gedaan. Zo moet vandaag bijvoorbeeld nergens belastingen op betaald worden, en is het openbaar vervoer volledig gratis gemaakt. Bovendien wordt er voor gezorgd dat alle toeristisch trekpleisters nog bereikbaar zijn, ondanks dat nog heel wat straten zijn afgezet, zeker in de buurt van het parlement.

Ik laat me voeren door een vandaag gratis taximoto tot aan een boeddhistische tempel. Iedereen wordt echter afgezet aan een wegblokkade. Enkel toeristen en boeddhistische monniken mogen hier passeren, om de tempel te bereiken. Alle anderen worden zonder pardon teruggestuurd. Voorbij de wegblokkade ligt een lange, brede laan, waar het op andere dagen krioelt van de auto’s, bussen, brommers en fietsers. Vandaag is het er rustiger dan de serene tempel die zich aan de linkerkant uitstrekt. In de verte is er wel nog een tank te zien, op het volgende kruispunt. De tempel is mooi, maar nu ook weer niet ongelooflijk spectaculair en terwijl ik er rondloop kan ik de situatie buiten de tempel niet van me af zetten. Vooral die volledig lege, lange, brede laan, blijft door mijn hoofd spelen.

Ik merk dat alle ingangen van de tuinen rond de tempel open staan. Dat is eigenlijk een beetje bizar, omdat je door de wegblokkades de tempel maar langs één kant kan bereiken. Als ik de tempel en de tuinen wel gezien heb, wandel ik langs de omheining naar de meest tegengestelde ingang dan die langs waar ik ben binnen gekomen, en steek voorzichtig mijn hoofd het hoekje om… Niks of niemand te zien. Enkel opnieuw die lange, lege laan, met langs rechts de wegversperring, enkele honderden meters ver ondertussen. Langs links daagt de tank op het volgende kruispunt me nu nog meer uit. Ik stap het voetpad op, en blijf nog even staan. Doordat het voetpad deels is afgeschermd door bomen, is de kans vrij klein dat ik word gezien van aan de wegblokkade. Ik wandel rustig verder naar links. Na opnieuw enkele honderden meters te hebben afgelegd, besluit ik vlug de straat over te steken. De tank op het kruispunt is ondertussen veel dichter bij dan de wegblokkade aan de tempel. Ik ben benieuwd wat er hier eigenlijk is, en met mijn camera in de aanslag, stap ik rustig verder.

Als ik bijna op de hoek ben, begint mijn nieuwsgierigheid wel heel hard de kop op te steken. Ik kan nog net niet zien wat er zich achter de hoek bevindt, maar heb al lang geen oog meer voor wat er zich langs mijn linkerkant afspeelt. 

“HEY YOU!”…dat komt van links. Terwijl er langs mijn rechterkant nog net een muur in de weg staat, kan ik wel al het hele kruispunt overschouwen. En andersom, natuurlijk. Voor de tank zitten wat militairen neer op plastic stoeltjes, en staan er vooral ook een paar recht, met de mitrailleur in de aanslag. De man die op mij roept heeft een rode band rond zijn arm, waarop in witte letters “MP” staat. Hij herhaalt zijn kreet, terwijl hij naar mij wijst: “Hey you!” en gebaart dat ik moet maken dat ik voor zijn blokkade sta. Die bestaat uit niet meer dan wat rood-wit gestreepte kegels (en de tank, natuurlijk) maar ik kan me wel voorstellen dat het voor hem uitmaakt of ik vóór of áchter die kegeltjes sta.

“Maar ik kom van ginder” probeer ik nog even in het Engels, maar dat haalt niet zo veel uit. De man begint te vloeken in het Thai, dus ik wandelen maar al in de richting van de kegeltjes. Pas als ik dan toch het gebouw aan mijn rechterkant kan zien, besef ik eindelijk waar ik me bevind. Vlak voor het Thaise parlement! Terwijl ik verder wandel, hef ik mijn camera op, en richt hem naar het parlementaire gebouw. Ik hoor de soldaat echter nog harder beginnen vloeken, dus laat ik het toch er maar bij. Ik wandel zo ver mogelijk van de MP voorbij de blokkade en durf hem niet meer aan te kijken. Ik stap ineens verder langs opnieuw een lange, brede, en vooral lege laan.

Zo’n 20 meter verder bedenk ik me dan toch. Dit kan niet! Hier gestaan hebben en toch geen foto hebben getrokken, ik vergeef het mezelf nooit als ik ooit Alzheimer krijg. Ik draai me nog eens om en trek dan toch maar een foto. Of hij gelukt is, bekijk ik pas veel verder. Ik ben niet echt meer geneigd om ergens te blijven stilstaan. Het duurt lang eer ik aan de volgende blokkade kom, en het rare is dat ook op dit kruispunt, in alle vier de richtingen, alle straten volledig leeg en afgezet zijn. De mannen die de blokkade bewaken kijken maar raar als ik er voorbij kom geparadeerd, en zo gaat het nog een paar keer. Ik probeer opnieuw aan de tempel te geraken waar ik begonnen ben, omdat de taximoto die me er heeft afgezet, daar nog steeds op me staat te wachten. En sowieso zal ik een straat moeten bereiken waar wat verkeer is, wil ik nog terug in het hotel geraken.

Op die manier passeer ik nadien nog drie (3!) blokkades langs achter, eer ik opnieuw zit waar ik moet zitten. Geen wonder dat die MP en zijn mannen verschoten mij daar te zien. Normaalgezien had ik voorbij drie blokkades moeten geraken én die mannen zelf om te staan waar ik plots onbedoeld stond. Ik ben er eigenlijk nog goed vanaf gekomen. Ik besluit hier niet lang meer te blijven. Bangkok is sowieso toch niet mijn ding, en al dat revolutionair gedoe brengt me nog in de problemen. Eens terug in de bewoonde wereld, boek ik een bus naar Chiang Mai voor de volgende dag, om van daaruit de grens met Laos over te steken. ‘s avonds vier ik wel nog eerst mijn verjaardag op Kao San Road, onder het motto “If I can’t dance, I don’t wanna be part of your revolution!” Het levert me veel bekijks, nieuwe vrienden, en een kater van jewelste op.