Jelle bekijkt

De wereld, door de ogen van Jelle

Hebron – zoals het deze keer was augustus 7, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Een paar dagen geleden heeft Jelle nog beschreven hoe hij Hebron heeft ervaren in april van dit jaar. Op die manier is het makkelijker om nu de vergelijking te maken. Ook de ‘theoretische’ uitleg over de situatie in de stad laten we nu achterwege, omdat die ook al wordt beschreven in dat stukje.

We worden eerst ontvangen in het Medical Relief Centre van Hebron. De dokter waarmee we hebben afgespoken, herkent Jelle onmiddellijk. Vorige keer hadden ze blijkbaar al een heel goed contact gehad met elkaar en dat maakt het praten nu meteen een stuk gemakkelijker. We kunnen heel directe vragen stellen over zaken waar we bij andere mensen niet altijd over durven beginnen.

In Hebron is de invloed van de Palestijnse families zeer groot. Dat is de reden waarom hier geen gevechten zijn tussen Hamas en Fatah (zie ook de post ‘Hamastan en Fatahland’) Toen in Gaza, en later ook over heel de West Bank de gevechten losbarstten, werd er in Hebron onmiddellijk vergaderd met de hoofden van de families. Op die vergadering werd duidelijk afgesproken dat “niemand aan iemand zou raken.” Want als dat wel zou gebeuren, zou dat binnen de kortste keren uitdraaien in een gevecht tussen de twee betrokken families, in plaats van tussen Fatah en Hamas.

De moskee in Hebron is een belangrijke plaats voor alledrie de monotheistische religies. Hier liggen o.a. Abraham, Sara en Jacob begraven, personen die in alle drie de religies een belangrijke plaats innemen. Het is om die reden dat de Joden ook hun deel willen van de moskee. De fanatieke rechtse kolonisten van Hebron claimen hem zelfs volledig. Voorlopig moeten ze het doen met 60% van het gebouw.
Dat is zo sinds Goldstein in 1994 in legeruniform de moskee binnen stapte en probeerde om zoveel mogelijk Palestijnen te doden. Bij 29 van hen lukte dat, en nog veel meer Palestijnen raakten gewond bij het incident. Getuigen spreken over “lichamen en bloed, verspreid over de hele plaats.” Goldstein werd overmeesterd en dood geslagen door de woedende Palestijnen. Wel pas nadat ze eerst hun gebed hadden afgemaakt, want in de Islam is het verboden het gebed te onderbreken eens het gestart is.

De delegatie van april mocht niet binnen in het Joodse stadsdeel, en dus ook niet in de moskee. Deze keer kan dat wel. Eerst moeten we voorbij het checkpoint dat de twee stadsdelen met elkaar verbindt. Op zich is de controle en het gedrag van de soldaten hier vooral ‘vervelend’. Maar het blijft onbegrijpelijk dat de Palestijnen dit ‘vervelende’ elke dag enkele keren moeten (en willen) doorstaan.
Jelle kan het niet laten om vanop zijn buik enkele foto’s te trekken van de paspoortcontrole en security checks die we moeten ondergaan. Een soldaat lijkt het door te hebben, maar Jelle gebaart alsof er niks aan de hand is, en de soldaat druipt terug af.

Ook aan de ingang van de moskee moeten we tweemaal door een metaaldetector. Met die van het checkpoint erbij, dat op tien meter van de moskee is, hebben we dus drie metaaldetectors moeten passeren vlak na elkaar! Je vraagt je af wat ze de derde keer nog hopen te ontdekken.
We zijn overigens niet 100% zeker, want we zijn langs daar niet binnen gegaan, maar het leek ons alsof de Joden langs hun aparte ingang niet door een metaaldetector hoeven. Wetend dat een deel van de Joden bedevaarten maakt naar het graf van Goldstein, geeft ons dat niet meteen het meest veilige gevoel in de moskee.

Tineke moet een soort mantel aandoen om in de moskee binnen te mogen. De sluier die ze bij heeft volstaat niet. Met de kap aan de mantel moet ze haar hoofd en haar bedekken. Ze klaagt er vooral over dat het “enorm warm” is, en ze voelt zich wat gediscrimineerd. Vooral omdat er een aantal mannen gewoon in short rondlopen in de moskee.
We krijgen een rondleiding in de moskee van een lokale gids, wiens Engels niet al te verstaanbaar is. Bij elke stopplaats vertelt hij even kort over waar we bij staan, om dan ook elke keer opnieuw te beginnen vertellen over het bloedbad van ‘94. Hij wijst ons ook nadrukkelijk op de 26 camera’s die verspreid hangen in de moskee, waardoor de Israeli elke stap en elk woord kunnen volgen.

Na ons bezoek aan de moskee, keren we terug naar het Palestijnse stadsgedeelte. In deze richting hoeven we overigens geen enkele metaaldetector te passeren. De sfeer in de oude stad is wel helemaal anders dan vorige keer. Er zijn nog steeds heel wat winkels gesloten, maar een deel is opnieuw open. De mensen zijn duidelijk veel relaxter dan tijdens de paasviering, en ook Ine, die er toen ook bij was, voelt zich duidelijk beter nu. De groep houdt zich dan ook vooral bezig met rondkijken in de winkeltjes, en afbieden voor sjaaltjes en glaswerk. Tijdens de hele wandeling komen we overigens geen enkele soldaat tegen. Dat was voriger keer wel helemaal anders.

Wat wel nog een beklemmend gevoel geeft, zijn de hekken en metalen platen die de steegjes overdekken om het afval van de kolonisten tegen te houden. Iedereen let er steeds goed op waar hij loopt, zodat hij steeds beschermd is door de aangebrachte afscherming. Er zou maar eens net iets op je hoofd terechtkomen! Wie weet wat wordt er zoal ‘uit het raam’ gesmeten.

Groetjes,
Tineke en Jelle

 

Leave a Reply