Jelle bekijkt

De wereld, door de ogen van Jelle

Hebron – zoals het vorige keer was augustus 4, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:00 pm

Ik heb al een paar keer beloofd dat ik iets zou schrijven over Hebron. Het is er echter nog nooit van gekomen. Maandag gaan we er opnieuw naartoe, dus wordt het eigenlijk wel dringend dat ik eerst eens vertel hoe het toen is geweest.

Vorige keer toen ik in Israel was, was het net Pasen. ’s Vrijdags, vlak voor Pasen, stond Hebron op het programma.

Hebron is de enige stad in Palestijns gebied waar de kolonisten echt IN de stad wonen. Meestal wonen ze er rond, op een heuvel, of zelfs helemaal niet in de buurt van een stad, maar hier dus niet. Volgens de akkoorden van Oslo werd de stad in twee delen gesplitst: een deel voor de Joden, en een deel voor de Palestijnen.
Het Joodse gedeelte van de stad was kleiner dan het Palestijnse, maar groter dan de verhouding in populatie eigenlijk rechtvaardigde: de 400 kolonisten kregen ongeveer een derde van de stad, enkele duizenden Palestijnen de andere twee derden.
Een onhandigheidje zorgt voor nog wat extra moeilijkheden: de moskee ligt in het Joods stadsgedeelte. Palestijnen moeten dus ook hier door een checkpoint om de moskee te bezoeken.

Op voorhand had iemand mij gezegd:”Hebron toont hoe onmenselijk mensen kunnen zijn.” Die one-liner is achteraf ook gebleken.

De joden hadden als plaats om Pasen te vieren, de moskee gekozen. De Palestijnen mochten tijdens deze periode dan ook gewoon niet naar de moskee. Zo hoefden ze meteen ook al niet meer in het andere stadsgedeelte te zijn: het checkpoint dat de twee stadsdelen met elkaar verbindt, werd gewoon gesloten.

Zelfs wij, toch een internationale delegatie, komen er gewoon niet in. Er was een bezoek gepland aan zowel het joodse als het Palestijnse stadsdeel, en we wilden uiteraard ook eens langs de moskee, maar een deel van het programma moeten we dus noodgedwongen schrappen.

De straten die dicht tegen de scheiding liggen, zijn allemaal verlaten en alle winkels zijn gesloten. Er wordt ons verteld dat er omwille van de festiviteiten een uitgaansverbod is afgeroepen voor de Palestijnen die dicht bij het joodse stadsdeel wonen.
We worden overigens constant in de gaten gehouden: terwijl wij door de verlaten steegjes dwalen, worden we gevolgd door enkele Israelische soldaten, die over de daken wandelen.

Boven de straten hangen vaak hekken of draad gespannen. Bovenop deze ‘afscheiding’ ligt het vol afval. Blijkbaar werpen de kolonisten hun afval vaak door de raam naar beneden, of ‘over het muurtje’, zodat het op de Palestijnse straten terecht komt. De hekken houden veel tegen, maar niet alles: afvalwater, of ander vloeibaar materiaal, loopt er uiteraard gewoon door. Dit levert bijzonder ‘fraaie’ zichten op.

Dit alles wordt overigens nog opgeluisterd door de muziek die enorm hard speelt en het Hebreeuws dat in een microfoon wordt geroepen in het joodse stadsdeel. Deze feestmuziek geeft nog een extra wrang smaakje aan de verlaten straten waar we door wandelen.
Op een bepaald moment lijkt het alsof de gebedsoproep door de microffon van de moskee schalt, maar er klopt toch iets niet. Pas als de spreker het woord “Israel” gebruikt, dringen de Hebreeuwse klanken echt tot me door, en besef ik dat dit een zoveelste provocatie is.

Plots wordt ons de weg versperd door enkele soldaten. We moeten wachten, en even later zien we ook waarom: enkele kolonisten geven een ‘toeristische rondleiding’ door het Palestijnse stadsdeel, voor hun Joodse stadsgenoten, en hun familieleden die op bezoek zijn om samen Pasen te vieren. Zij maken blijkbaar dankbaar gebruik van het uitgaansverbod voor de Palestijnen, om zo eens een wandeling te kunnen maken door het deel van de stad waar ze anders niet kunnen of mogen komen.

Het gevoel dat deze hele situatie opriep, is moeilijk onder woorden te brengen. Het was het meest intense gevoel dat ik gehad heb tijdens mijn eerste observatiereis. De andere dagen heb ik vooral bevestigd gezien wat ik al wist. Maar die dag heb ik het ook heel erg gevoeld. Een gevoel dat af en toe nog eens opspeelt, en tegenwoordig mijn sterkste motivator is om ook iets te willen doen, en toch een beetje te willen helpen. Ik ben dan ook benieuwd hoe dit gevoel zich zal gedragen als we maandag opnieuw naar Hebron gaan.

Groetjes,
Jelle

 

Leave a Reply