Jelle bekijkt

De wereld, door de ogen van Jelle

De omgeving van Hebron augustus 8, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:00 pm

De dag nadat wij in Hebron waren geweest, was er in Jerusalem veel te doen om de uitzetting van enkele kolonisten in de binnenstad van Hebron. Zij hadden zich een huis toegeëigend op de centrale markt in Hebron, en nadat ze vernomen hadden dat ze zouden worden uitgezet, het huis volledig gebarricadeerd, en zelfs een soort ‘bunker’ gemaakt om zich in te verschuilen. De uitzetting duurde enkele uren, omdat het leger lang had gezocht hoe ze “de bunker konden vernietigen, zonder de inzittenden te kwetsen.” Het hele gebeuren werd uitgebreid verslaan in de media.

Het toont wat voor meesters de Israeli zijn in het gebruiken van de media. Wij hebben met onze eigen ogen gezien hoe jaar na jaar de kolonisten meer terrein winnen in de binnenstad van Hebron. Maar als je daar informatie over zoekt, moet je al weten waar je moet zoeken. Die ene keer echter dat het leger enkele kolonisten uitzet, uit een huis waar ze illegaal verblijven, komt dit zeer uitgebreid aan bod in de media.

Wat we te zien kregen bij een Palestijnse boer thuis, heb ik echter nog niet vaak in een krant of op tv gezien. We bezochten de man, samen met iemand van het UAWC (www.uawc.net), een partnerorganisatie van Oxfam Wereldwinkels. Vlak naast zijn huis liep een groot hek, onder elektriciteit, en met prikkeldraad over, op en naast. Dit stelde blijkbaar de omheining voor van een settlement vlakbij. Enkele tientallen meters verder liep nog een soortgelijk hek, maar dat was al wat verroest. Volgens de man was dat de omheining van het settlement twee jaar geleden. Het stuk tussen de twee hekken was toen nog zijn grond.

Vanop het dak van het huis hadden we een goed overzicht over de omgeving. Achter ons liep dan het hek, dat zelfs een bocht maakte omdat het huis ‘in de weg’ stond. Links konden we een legerkazerne zien. Af en toe rijden de tanks naar het schijnt op en aan, zonder om te kijken, door de velden van de Palestijnse boeren. Recht voor ons lag de kolonie Qiryat Arba, de grootste kolonie in het district Hebron, waar zo’n 6000 rechts-orthodoxe joden wonen. Rechts lag eerst nog een vallei met Palestijnse akkers, maar daarachter stond alweer een elektriciteitscentrale voor kolonisten.
En net zoals de omheining achter ons om de zoveel jaar weer enkele tientallen meters opschuift, gebeurt dat bij elke kolonie. De verschillende kolonies waar we zicht op hadden, groeien steeds meer en meer naar elkaar toe, en als het zo verder gaat, zullen ze binnenkort één grote kolonie vormen.

De Palestijnse boer had het er duidelijk moeilijk mee toen hij vertelde over welke groenten en fruit hij vroeger teelde op de grond die nu niet meer van hem was. Hij vertelde er ook bij dat de politie aanwezig was toen de omheining “opschoof”. De politieagenten trokken foto’s, praatten met de kolonisten, en stelden pv’s op. Maar uiteindelijk stond de omheining er wel, was de boer zijn grond kwijt, en heeft hij er achteraf niks meer van gehoord. Wanneer zaken als deze voor het hooggerechtshof komen in Israel, maken de Palestijnen steevast geen enkele kans.

Soms gaat het nog eens stuk verder dan een omheining tot rond het huis zetten: soms gaat de omheining tot voorbij het huis. De huizen die op die manier worden ‘ingelijfd’, worden meestal afgebroken. Soms krijgen mensen “twee uur tijd om hun gerief te pakken”, waarna een bulldozer het huis en alles wat is achtergebleven, plat rijdt.
Jammer genoeg staat deze boer binnenkort waarschijnlijk hetzelfde te wachten.

 

Hebron – zoals het deze keer was augustus 7, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Een paar dagen geleden heeft Jelle nog beschreven hoe hij Hebron heeft ervaren in april van dit jaar. Op die manier is het makkelijker om nu de vergelijking te maken. Ook de ‘theoretische’ uitleg over de situatie in de stad laten we nu achterwege, omdat die ook al wordt beschreven in dat stukje.

We worden eerst ontvangen in het Medical Relief Centre van Hebron. De dokter waarmee we hebben afgespoken, herkent Jelle onmiddellijk. Vorige keer hadden ze blijkbaar al een heel goed contact gehad met elkaar en dat maakt het praten nu meteen een stuk gemakkelijker. We kunnen heel directe vragen stellen over zaken waar we bij andere mensen niet altijd over durven beginnen.

In Hebron is de invloed van de Palestijnse families zeer groot. Dat is de reden waarom hier geen gevechten zijn tussen Hamas en Fatah (zie ook de post ‘Hamastan en Fatahland’) Toen in Gaza, en later ook over heel de West Bank de gevechten losbarstten, werd er in Hebron onmiddellijk vergaderd met de hoofden van de families. Op die vergadering werd duidelijk afgesproken dat “niemand aan iemand zou raken.” Want als dat wel zou gebeuren, zou dat binnen de kortste keren uitdraaien in een gevecht tussen de twee betrokken families, in plaats van tussen Fatah en Hamas.

De moskee in Hebron is een belangrijke plaats voor alledrie de monotheistische religies. Hier liggen o.a. Abraham, Sara en Jacob begraven, personen die in alle drie de religies een belangrijke plaats innemen. Het is om die reden dat de Joden ook hun deel willen van de moskee. De fanatieke rechtse kolonisten van Hebron claimen hem zelfs volledig. Voorlopig moeten ze het doen met 60% van het gebouw.
Dat is zo sinds Goldstein in 1994 in legeruniform de moskee binnen stapte en probeerde om zoveel mogelijk Palestijnen te doden. Bij 29 van hen lukte dat, en nog veel meer Palestijnen raakten gewond bij het incident. Getuigen spreken over “lichamen en bloed, verspreid over de hele plaats.” Goldstein werd overmeesterd en dood geslagen door de woedende Palestijnen. Wel pas nadat ze eerst hun gebed hadden afgemaakt, want in de Islam is het verboden het gebed te onderbreken eens het gestart is.

De delegatie van april mocht niet binnen in het Joodse stadsdeel, en dus ook niet in de moskee. Deze keer kan dat wel. Eerst moeten we voorbij het checkpoint dat de twee stadsdelen met elkaar verbindt. Op zich is de controle en het gedrag van de soldaten hier vooral ‘vervelend’. Maar het blijft onbegrijpelijk dat de Palestijnen dit ‘vervelende’ elke dag enkele keren moeten (en willen) doorstaan.
Jelle kan het niet laten om vanop zijn buik enkele foto’s te trekken van de paspoortcontrole en security checks die we moeten ondergaan. Een soldaat lijkt het door te hebben, maar Jelle gebaart alsof er niks aan de hand is, en de soldaat druipt terug af.

Ook aan de ingang van de moskee moeten we tweemaal door een metaaldetector. Met die van het checkpoint erbij, dat op tien meter van de moskee is, hebben we dus drie metaaldetectors moeten passeren vlak na elkaar! Je vraagt je af wat ze de derde keer nog hopen te ontdekken.
We zijn overigens niet 100% zeker, want we zijn langs daar niet binnen gegaan, maar het leek ons alsof de Joden langs hun aparte ingang niet door een metaaldetector hoeven. Wetend dat een deel van de Joden bedevaarten maakt naar het graf van Goldstein, geeft ons dat niet meteen het meest veilige gevoel in de moskee.

Tineke moet een soort mantel aandoen om in de moskee binnen te mogen. De sluier die ze bij heeft volstaat niet. Met de kap aan de mantel moet ze haar hoofd en haar bedekken. Ze klaagt er vooral over dat het “enorm warm” is, en ze voelt zich wat gediscrimineerd. Vooral omdat er een aantal mannen gewoon in short rondlopen in de moskee.
We krijgen een rondleiding in de moskee van een lokale gids, wiens Engels niet al te verstaanbaar is. Bij elke stopplaats vertelt hij even kort over waar we bij staan, om dan ook elke keer opnieuw te beginnen vertellen over het bloedbad van ‘94. Hij wijst ons ook nadrukkelijk op de 26 camera’s die verspreid hangen in de moskee, waardoor de Israeli elke stap en elk woord kunnen volgen.

Na ons bezoek aan de moskee, keren we terug naar het Palestijnse stadsgedeelte. In deze richting hoeven we overigens geen enkele metaaldetector te passeren. De sfeer in de oude stad is wel helemaal anders dan vorige keer. Er zijn nog steeds heel wat winkels gesloten, maar een deel is opnieuw open. De mensen zijn duidelijk veel relaxter dan tijdens de paasviering, en ook Ine, die er toen ook bij was, voelt zich duidelijk beter nu. De groep houdt zich dan ook vooral bezig met rondkijken in de winkeltjes, en afbieden voor sjaaltjes en glaswerk. Tijdens de hele wandeling komen we overigens geen enkele soldaat tegen. Dat was voriger keer wel helemaal anders.

Wat wel nog een beklemmend gevoel geeft, zijn de hekken en metalen platen die de steegjes overdekken om het afval van de kolonisten tegen te houden. Iedereen let er steeds goed op waar hij loopt, zodat hij steeds beschermd is door de aangebrachte afscherming. Er zou maar eens net iets op je hoofd terechtkomen! Wie weet wat wordt er zoal ‘uit het raam’ gesmeten.

Groetjes,
Tineke en Jelle

 

Hamastan en Fatahland augustus 6, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:00 pm

Sinds mijn laatste bezoek aan Israel en Palestina, begin april, is er hier nogal wat gebeurd. Toen we hier vorige keer waren, was de ‘regering van nationale eenheid’ net gevormd. Die regering bestaat intussen niet meer, en is vervangen door een ‘noodregering’.

In december 2005 werden er nog eens verkiezingen gehouden in de Palestijnse Bezette Gebieden. Dat was wel even geleden en van over heel de wereld kwamen internationale waarnemers naar de West Bank en Gaza, om de verkiezingen op te volgen. Deze waarnemers schreven allemaal in hun rapporten dat dit vrije, eerlijke, en dus zeer geslaagde verkiezingen waren geweest.

Op voorhand was voorspeld dat Hamas wel wat zou stijgen, maar dat Fatah nog steeds de meerderheid zou hebben. En zoals dat gaat met peilingen, bleek dat achteraf een heel foute inschatting. Hamas behaalde namelijk de absolute meerderheid in het Palestijnse parlement.
Het duurde niet lang of er werd een 100% Hamas-regering gevormd (de president was wel nog steeds Abu Mazen van Fatah, want er werden geen presidentsverkiezingen gehouden). Het duurde echter nog minder lang dat zowat heel de wereld zijn afkeur uitte voor deze verkiezingsuitslag. Nagenoeg geen enkele regering wou relaties onderhouden met de Hamas-regering en overal werden de geldkranen toegedraaid. Zelfs het Palestijnse belastingsgeld werd geblokkeerd door Israel.
Het democratische Westen stimuleert dus wel het creeren van democratieen in de arabische wereld, maar wel op voorwaarde dat ze dan ook akkoord kan gaan met de uitslag van de verkiezingen. Anders moet ‘de wil van het volk’ evengoed wel wijken voor ‘de wil van het Westen’.

De Hamas-regering heeft een tijdje geprobeerd om toch te regeren, maar merkte al snel dat dit helemaal niet werkbaar was. Onder andere omdat Israel en Amerika steeds weigerden om zelfs maar te praten met het “terroritsche” Hamas. Maar ook omdat president Abbas gewoon zijn eigen politieke programma uitvoerde, steeds proberend dit te doen zonder langs ‘zijn’ regering te gaan. Er vormden zich op deze manier twee ‘regerende entiteiten’ naast elkaar.

Hamas ontbond daarom zijn eigen regering, en startte gesprekken met Fatah, maar ook met andere belangrijke politieke figuren. Deze onderhandelingen leidden succesvol tot de “regering van nationale eenheid” in maart 2007. Hamas had in deze regering 12 van de 25 ministers, Fatah 6, en daarnaast waren er ook nog 7 ‘onafhankelijke’ ministers.

In het begin hadden de meeste Palestijnen ‘hoop’ dat deze regering zou functioneren. De meeste andere landen leken deze regering veel meer genegen, en hier en daar werd zelfs opnieuw gesproken over ‘vredesgesprekken’, omdat Hamas bereid ‘zou zijn geweest’ om “de bezetter” te aanvaarden als “gesprekspartner”.

Maar de beloftes over “gesprekken” en over “achtergehouden geld” werden alweer snel ingeslikt. Bovendien bleven er twee ‘regerende entiteiten’ bestaan: de regering en de president. De verschillen tussen de politieke programma’s van Fatah en Hamas bleken ook te verschillend om samen te regeren. De eenheidsregering heeft het door dit alles uiteindelijk minder dan drie maanden volgehouden.

Wat er daarna in Gaza gebeurd is, weet iedereen. Hamas nam op geweldadige manier de macht over die ze eigenlijk al had. Het was de eerste keer in 60 jaar Naqba en 40 jaar bezetting dat tussen de Palestijnen onderling de wapens werden opgeheven. Fatah-leden en sympathisanten werden bedreigd, ontvoerd of vermoord door de milities van Hamas. Ook NGO’s en journalisten die geen banden hadden met de partij werden bedreigd. De meesten stopten daarom met hun werk, of op zijn minst met het geven van kritiek.

Wat er sindsdien gebeurt op de West Bank, is minder goed geweten. Want eigenlijk gebeurt op de West Bank net hetzelfde, alleen dan door de Fatah-milities. De enige plaats waar dit niet gebeurt, is in Hebron, en in Nablus is het geweld slechts beperkt aanwezig. Maar over andere plaatsen zijn er veel verhalen over Hamas-politici die zijn verdwenen of gevlucht, over geweld tegen Hamas-leden, en over doodsbedreigingen tegen Hamas-sympathisanten. Hamas heeft voorlopig nog niet echt gereageerd op de West Bank, maar heel wat mensen hebben schrik voor wat er gaat gebeuren wanneer Hamas dit wel doet. De spanning is op sommige plaatsen echt te snijden, en hier en daar wordt gespeculeerd over een nakende burgeroorlog.

Abbas installeerde een noodregering in Ramallah, onder leiding van eerste minister Salam Fayad van Fatah. Deze noodregering regeert in theorie over al de Palestijnse gebieden, maar in de praktijk enkel over de West Bank. Bovendien kan de President normaal een noodregering installeren voor dertig dagen. Daarna moet deze regering een verlenging krijgen van haar mandaat door het parlement. De regering bestuurt nu echter al zo’n vijftig dagen, zonder dat het een verlenging van zijn mandaat heeft gekregen. De president heeft niet eens de moeite gedaan om ze te vragen, omdat hij weet dat hij ze toch niet krijgt van het parlement waar Hamas een absolute meerderheid in heeft.

Hierdoor is de scheiding van de bezette gebieden helemaal voltrokken. Gaza wordt op een illegale manier bestuurd door Hamas, de West Bank op een illegale manier door Fatah. Palestina is opgesplitst in Hamastan en Fatahland.

Het is onbegrijpelijk dat de noodregering die nu over de West Bank regeert wel krediet krijgt van het Westen. Deze regering krijgt plots wel geld toegestopt. Meer zelfs: bijna al het geld dat gedurende een jaar en een half is achtergehouden, werd nu reeds overgemaakt aan de huidige regering. De Palestijn in de straat is blij dat hij eindelijk opnieuw een loon krijgt, maar keurt dit eigenlijk ongelooflijk af.

De bedoeling van de internationale gemeenschap, de Verenigde staten op kop, is echter glashelder. Het wil tonen aan de Palestijnen, en bij uitbreiding aan de hele arabische wereld, wat je krijgt als je kiest voor extremisme, en wat je krijgt als je ‘braaf’ bent. Terwijl Gaza hermetisch wordt afgesloten, en de mensen er sterven van honger en dorst, wordt de West Bank beloond met het geld waar Hamas en het Palestijnse volk eigenlijk al lang recht op hadden.

Een doctor die we ontmoetten in Nablus, was er van overtuigd dat Hamas en Fatah er zelf nog wel zouden uitraken, als de ‘andere belanghebbenden’ zich voor eens koest zouden houden. De VS hebben Fatah al verweten dat ze nu evengoed weer aan het onderhandelen zijn met Hamas.
In die onderhandelingen zou het vooral gaan over het “teruggeven van de macht” in beide gebieden, en het organiseren van nieuwe verkiezingen. Het is echter koffiedik kijken wat er gaat gebeuren. Naast de opties nieuwe verkiezingen en burgeroorlog is er nog een heel spectrum aan mogelijkheden. Zoals steeds is hier niks zwart of wit. Bovendien heb ik nog niemand ontmoet die de nieuwe verkiezingsuitslag durft te voorspellen (ALS er al nieuwe verkiezingen komen). En zal iedereen zich deze keer wel kunnen vinden in de uitslag? En zo zijn er nog heel veel prangende, maar onvoorspelbare vragen. Wordt vervolgd dus.

 

Hebron – zoals het vorige keer was augustus 4, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 8:00 pm

Ik heb al een paar keer beloofd dat ik iets zou schrijven over Hebron. Het is er echter nog nooit van gekomen. Maandag gaan we er opnieuw naartoe, dus wordt het eigenlijk wel dringend dat ik eerst eens vertel hoe het toen is geweest.

Vorige keer toen ik in Israel was, was het net Pasen. ’s Vrijdags, vlak voor Pasen, stond Hebron op het programma.

Hebron is de enige stad in Palestijns gebied waar de kolonisten echt IN de stad wonen. Meestal wonen ze er rond, op een heuvel, of zelfs helemaal niet in de buurt van een stad, maar hier dus niet. Volgens de akkoorden van Oslo werd de stad in twee delen gesplitst: een deel voor de Joden, en een deel voor de Palestijnen.
Het Joodse gedeelte van de stad was kleiner dan het Palestijnse, maar groter dan de verhouding in populatie eigenlijk rechtvaardigde: de 400 kolonisten kregen ongeveer een derde van de stad, enkele duizenden Palestijnen de andere twee derden.
Een onhandigheidje zorgt voor nog wat extra moeilijkheden: de moskee ligt in het Joods stadsgedeelte. Palestijnen moeten dus ook hier door een checkpoint om de moskee te bezoeken.

Op voorhand had iemand mij gezegd:”Hebron toont hoe onmenselijk mensen kunnen zijn.” Die one-liner is achteraf ook gebleken.

De joden hadden als plaats om Pasen te vieren, de moskee gekozen. De Palestijnen mochten tijdens deze periode dan ook gewoon niet naar de moskee. Zo hoefden ze meteen ook al niet meer in het andere stadsgedeelte te zijn: het checkpoint dat de twee stadsdelen met elkaar verbindt, werd gewoon gesloten.

Zelfs wij, toch een internationale delegatie, komen er gewoon niet in. Er was een bezoek gepland aan zowel het joodse als het Palestijnse stadsdeel, en we wilden uiteraard ook eens langs de moskee, maar een deel van het programma moeten we dus noodgedwongen schrappen.

De straten die dicht tegen de scheiding liggen, zijn allemaal verlaten en alle winkels zijn gesloten. Er wordt ons verteld dat er omwille van de festiviteiten een uitgaansverbod is afgeroepen voor de Palestijnen die dicht bij het joodse stadsdeel wonen.
We worden overigens constant in de gaten gehouden: terwijl wij door de verlaten steegjes dwalen, worden we gevolgd door enkele Israelische soldaten, die over de daken wandelen.

Boven de straten hangen vaak hekken of draad gespannen. Bovenop deze ‘afscheiding’ ligt het vol afval. Blijkbaar werpen de kolonisten hun afval vaak door de raam naar beneden, of ‘over het muurtje’, zodat het op de Palestijnse straten terecht komt. De hekken houden veel tegen, maar niet alles: afvalwater, of ander vloeibaar materiaal, loopt er uiteraard gewoon door. Dit levert bijzonder ‘fraaie’ zichten op.

Dit alles wordt overigens nog opgeluisterd door de muziek die enorm hard speelt en het Hebreeuws dat in een microfoon wordt geroepen in het joodse stadsdeel. Deze feestmuziek geeft nog een extra wrang smaakje aan de verlaten straten waar we door wandelen.
Op een bepaald moment lijkt het alsof de gebedsoproep door de microffon van de moskee schalt, maar er klopt toch iets niet. Pas als de spreker het woord “Israel” gebruikt, dringen de Hebreeuwse klanken echt tot me door, en besef ik dat dit een zoveelste provocatie is.

Plots wordt ons de weg versperd door enkele soldaten. We moeten wachten, en even later zien we ook waarom: enkele kolonisten geven een ‘toeristische rondleiding’ door het Palestijnse stadsdeel, voor hun Joodse stadsgenoten, en hun familieleden die op bezoek zijn om samen Pasen te vieren. Zij maken blijkbaar dankbaar gebruik van het uitgaansverbod voor de Palestijnen, om zo eens een wandeling te kunnen maken door het deel van de stad waar ze anders niet kunnen of mogen komen.

Het gevoel dat deze hele situatie opriep, is moeilijk onder woorden te brengen. Het was het meest intense gevoel dat ik gehad heb tijdens mijn eerste observatiereis. De andere dagen heb ik vooral bevestigd gezien wat ik al wist. Maar die dag heb ik het ook heel erg gevoeld. Een gevoel dat af en toe nog eens opspeelt, en tegenwoordig mijn sterkste motivator is om ook iets te willen doen, en toch een beetje te willen helpen. Ik ben dan ook benieuwd hoe dit gevoel zich zal gedragen als we maandag opnieuw naar Hebron gaan.

Groetjes,
Jelle

 

Mijn Allereerste Keer augustus 3, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 10:00 pm

De muur loopt vlak naast Betlehem. Naast het laatste huis torent ze meteen uit, en kronkelt ze als een slang langs de stad. De olijfgaarden van Betlehem liggen tactisch langs de andere kant van de muur, onbereikbaar voor de Palestijnse boeren.

Vanaan de geboortekerk van Jezus is het dichtbijzijnde checkpoint op wandelafstand. Om terug naar Jerusalem te keren, moet je hier onvermijdelijk door.

De straat stopt plots aan de muur. Vroeger liep de straat gewoon verder, maar tegenwoordig wordt de weg dus versperd door enkele kilootjes beton. Op deze plaats staan de taxi’s gegroepeerd te wachten op mensen die door het checkpoint komen. De muur is hier bijna overal ‘versierd’ met foto’s, teksten en schilderijen. Citaten over vrijheid, verzet en de Berlijnse muur werden hier en daar aangebracht. Maar het is vooral de muur zelf, symbool van discriminatie, rascisme en apartheid, die ons een beklemmend en opgesloten gevoel geeft.

Vanaan de straat zijn er twee ‘gangen’ gemaakt van hekken, langs de muur, waarboven bordjes hangen “Entry” en “Exit”. Door deze gang lopen naar het checkpoint is op zich al een onaangename ervaring. Maar het “niet weten waar je naartoe aan het wandelen bent” en wat er aan het einde van deze gang op ons wacht, maakt het ronduit angstaanjagend.

De gang loopt bergop, en bovenaan is er een kleine doorgang in de muur, waar het in hek gemaakte pad door loopt. Hier is een kleine openluchtruimte, waar een soldaat in een hokje zit, en waar je enkel buiten kan door een metaaldetector. De soldaat kijkt echter niet eens op naar ons, hij is druk aan het bellen. We lopen vlug door, en komen op een asfalt plein buiten. We kijken elkaar even verbaasd aan: Was dit nu alles?

We zijn de enigen die in de richting van het Israelische grondgebied wandelen. In de andere richting komen heel wat mensen uit een ander gebouw, waar opnieuw een groot bord met “Exit” hangt. We weten niet goed naar waar we moeten, en staan even rond te kijken. Dan valt ons oog op een even groot bord waar “Entry” op staat. Verdorie, het was dus nog niet alles.

Opnieuw ons afvragend wat er gaat komen, volgen we de richtingaanwijzers. Een balustrade maakt hier een kronkelende beweging, waarin ’s morgens de Palestijnen die willen gaan werken in Israel in lange rijen staan. Wij zijn nu alleen, en kunnen dus vlot door het draaihekje het gebouw binnen wandelen. Een lange gang loopt naar beneden, en maakt halverwege een bocht van 180 graden. Overal hangen camera’s, en als we bijna aan de bocht zijn, horen we tweemaal een soort ‘klikgeluid’. Ik besef niet onmiddellijk wat dit geluid is, tot Jelle zich luidop afvraagt “of we mooi op de foto zouden staan?” Ik vraag me af waarom ze van ons een foto nemen. Allicht niet om hem cadeau te doen aan het einde van het checkpoint.

Eens binnen in het gebouw, hebben we geen idee waar we naartoe moeten. Nergens hangen nog pijlen, en het Hebreeuws en Arabisch dat hier en daar hangt, kunnen we niet lezen. Ook hier hangen wel overal camera’s. We proberen enkele deuren in deze ruimte, maar de meeste zijn op slot. Een deur niet, maar vlak achter deze deur is alweer een andere. Jelle gaat binnen, maar ik blijf de eerste deur openhouden. Ik heb geen zin om hier opgesloten te geraken, en voel me helemaal niet op mijn gemak. De tweede deur blijkt inderdaad vast te zijn, dus kunnen we niks anders dan terug te keren op onze stappen. We staan wat rond te kijken in de ruimte waar we alle deuren al geprobeerd hebben, en hebben dus echt geen idee waar we nu naartoe moeten. Wetend dat we in het oog gehouden worden door de camera’s, begrijp ik niet waarom niemand ons instructies geeft. Enorm vreemd is het ook om in het gebouw ook andere deuren te horen open en dicht gaan, maar dat er blijkbaar nergens gesproken wordt.

Gelukkig komen er wat later toch twee Palestijnen binnen, die ook op weg zijn naar Jerusalem. Ook zij zijn eerst even verkeerd, maar vinden dan toch de juiste weg. We volgen hen, en ik voel me toch al iets meer op mijn gemak omdat we nu niet meer alleen zijn. Samen lopen we door enkele sluizen, en ik ben toch nog steeds oplettend om niet vast te geraken tussen twee gesloten deuren.

Na een heus parcours te hebben afgelegd, komen we opnieuw aan een metaaldetector. Het geeft een enorm vreemde indruk dat we in heel dit gebouw nog steeds geen enkele Israeli gezien of gehoord hebben, terwijl we wel constant in het oog worden gehouden. Zelfs aan de metaaldetector moeten we alles zelf doen. Routinematig leggen de twee Palestijnen voor ons zelf al hun spullen in een bakje om door een scanner te gaan, en stappen door de detector.

Wij doen maar het zelfde. Als ik door de detector stap, gaat het ding natuurlijk af. Ik kijk vertwijfeld om me heen, niet wetend wat ik nu moet doen. Voor de eerste keer klinkt er plots een stem door een microfoon. Ik versta echter niks van de Hebreeuwse instructies, en sta dus nog meer verbaasd rond me te kijken. De man brabbelt nog iets, maar ik versta er nog steeds niks van. Jelle doet me teken dat het in orde is, en maant me aan verder te gaan. Voor een keer piept een metaaldetector niet bij Jelle, en wel bij mij. Dat dat net hier moet gebeuren!

Opnieuw moeten we door enkele gangetjes en deuren. We zijn opnieuw enkel met ons twee, doordat we even zijn opgehouden aan de metaaldetector. Maar wat verder wandelen we opnieuw een grotere ruimte binnen, waar de twee Palestijnen aan een loketje staan te wachten. Pas hier zit opnieuw een soldaat. Het hele parcours is naar het schijnt ‘ontmenselijkt’ vanwege de regen van klachten die Palestijnen en internationale organisaties indienden tegen schendingen van mensenrechten aan checkpoints. Maar heel deze controle blijft toch een onaangename, zelfs vernederende gebeurtenis.

De soldaat in het loket is erg jong. Ik schat dat hij nog geen 20 jaar is. Een snotneus die hier elke dag arrogant de baas speelt over Palestijnse mannen en vrouwen. Op dit moment lijkt hij echter vrij zenuwachtig. Terwijl hij ook aan het bellen is, wil hij vooral dat ik zo snel mogelijk doorwandel. Hij neemt niet eens de moeite om naar mijn paspoort te kijken.

De uitgang blijkt onbegrijpelijk ook de ingang te zijn, en hier staan zo’n 20 Palestijnen in onze weg. Ze staan te discussieren met een soldate die de situatie duidelijk niet de baas kan. Ze komt uit haar loket en roept op de jonge soldaat die ons net heeft buitengelaten. Het was blijkbaar ook met haar dat hij aan het bellen was. Het jonge gastje komt aangelopen, en roept wat op de Palestijnen. Uit zijn gebaren is op te maken dat hij wil dat ze mooi in een rij gaan staan, wat meer geduld hebben, en vooral zo lastig niet moeten doen. De Palestijnen staan wild te zwaaien met de papieren die ze in hun handen hebben.
Ik wil echter vooral gewoon zo snel mogelijk buiten geraken, en wring me tussen de wachtende rij. Ik ben blij dat we eindelijk buiten zijn geraakt. Gelukkig voor ons is dit een eenmalige ervaring, en niet iets waar we dagelijks door moeten. Ik voel dan ook enorm mee met de Palestijnen die elke dag hun moed moeten samen rapen om deze vernedering te trotseren.

Groetjes,
Tineke

 

Bil’in, en het Palestijns openbaar vervoer augustus 3, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

De eerste dag zijn we, achteraf gezien, vooral ‘op weg’ geweest.

’s Morgens wilden we vooral zo snel mogelijk in Bil’in geraken, en dat ging eigenlijk nog redelijk vlot. Op het AIC hadden ze ons de dag ervoor gezegd dat we eerst naar Ramallah moesten gaan, “en het daar maar moesten vragen”. En zo gezegd, zo gedaan.
We verschieten er eerst nog van hoe makkelijk we met het (arabische) openbare vervoer door de checkpoints en in Ramallah geraken. Al zijn de controles uiteraard vooral lastig in de andere richting. In Ramallah is het geen enkel probleem om iemand te vinden die ons naar Bil’in wil brengen. De man spreekt nochtans geen enkel woord Engels.

Aangekomen in Bil’in is alles echter verdacht rustig. De man zet ons af aan de Moskee, centraal gelegen in het dorpje met … 10 huizen. De beweging op straat beperkt zich tot enkele spelende kinderen en een vrouw die cactusvruchten verkoopt. Het succes van de actie durft dus nogal sterk te varieren, kijk maar hoe het vorige week was: Bil’in op youtube

In het hele dorp vinden we overigens niemand die Engels spreekt, dus neem ik het vooral mezelf kwalijk dat ik geen Arabisch kan. Ik neem me voor om me in te schrijven voor een cursus.
Nadat we een uurtje hebben rondgeslenterd en enkele pogingen hebben ondernomen toch enige informatie uit te wisselen met de mensen die we tegenkomen, geven we het dan maar gewoon op. We houden een busje tegen en rijden terug naar Ramallah. Ik had iets meer verwacht van onze eerste dag als ‘vredesactivisten’.

In Ramallah eten we wat en in het restaurant kunnen we even bekomen van de verzengende hitte.
Ramallah is de enige stad die we tot nu hebben bezocht, die drukker is geworden dan vorige keer. In Israel zijn minder toeristen, maar op de west bank trekt iedereen blijkbaar weg. Maar met “wegtrekken” wordt hier niet bedoeld “naar het buitenland”, zoals de Joden hopen, maar dus naar Ramallah. Zo loopt bijvoorbeeld Nablus naar het schijnt leeg, omdat het nog steeds volledig omsingeld is, en er bijna elke nacht nog wordt gevochten. Het minder streng gecontroleerde en minder fel belegerde Ramallah daarentegen is erg in trek bij de Palestijnen tegenwoordig.

Vanuit Ramallah nemen we het openbaar vervoer naar Betlehem. Als je het op een kaart bekijkt, loopt er eigenlijk een perfecte ‘autostrade’, nagenoeg een rechte lijn, door Jeruzalem, van de ene naar de andere stad. Er is echter een probleempje: op je weg van Noord naar Zuid kom je enkele keren de beruchte muur tegen.
Als je overal gewoon zou kunnen doorrijden, zou dit maar een twintigtal minuutjes duren. Als je als Israeli dezelfde afstand aflegt van West naar Oost, bijvoorbeeld van West-Jeruzalem naar de kolonie Ma’ale adumim, duurt dit ook maar zo lang. Maar voor de Palestijnen ligt dit een ietsje anders.

Veel van de “Israelische” wegen zijn verboden terrein voor de Palestijnen. “Israelische” tussen aanhalingstekens, want deze wegen liggen dus wel op Palestijns grondgebied. Af en toe is er een ’stukje’ dat ‘onder voorwaarden’ en ‘beperkt’ mag gebruikt worden. Meestal omdat het gewoon niet anders kan, maar het is wel de bedoeling om in de toekomst de wegennetten volledig te scheiden. De werken hiervoor zijn reeds volop aan de gang.

Het Palestijnse busje waar we inzitten sleept zich voort op de slechte Palestijnse weggetjes, slalomt tussen kolonies en verboden wegen, tussen prikkeldraad en muur. Plots rijden we Abu Dis binnen, en even denk ik dat we de verkeerde bus hebben genomen. Ik kan namelijk geen enkele reden bedenken waarom een bus die van Ramallah naar Betlehem moet, langs Abu Dis zou rijden. Later, als ik onze reisweg probeer te reconstrueren op een gedetailleerde kaart, begrijp ik echter dat dit tegenwoordig de enige mogelijke weg is.

Onderweg passeren we ook enkele checkpoints. We worden uiteindelijk nergens gecontroleerd, en slechts een keer moeten we even wachten in een rij, omdat er voor ons enkele andere auto’s aan een controle worden onderworpen. Al bij al hebben we daar dus wel geluk mee.
Niettemin duurt het meer dan twee (2!!!) uur om Betlehem te bereiken. Iets dat dus eigenlijk op twintig minuutjes had moeten kunnen. Een doctor die we ontmoetten noemde dit “een van de doorgedreven pesterijtjes van de Israeli”. Je zou kunnen stellen dat we ons inderdaad een beetje ‘gepest’ voelden, toen we uitgeput en uitgedroogd aankwamen in het geboortedorp van onze lieve heer. Geen van ons beide had toen nog veel zin in de terugreis naar Jeruzalem die ons nog te wachten stond.

 

Observatiereis bis augustus 2, 2007

Ingedeeld onder: Palestina, Reizen — jellevanstappen @ 9:00 pm

Hey allen,

Hier ben ik alweer. Vanachter een schermpje in een cybercafe in Jerusalem. De vorige reis heeft me blijkbaar aangestoken, en voorlopig ebt de nieuwsgierigheid (en de drang om een klein steentje bij te dragen) nog niet weg. Opnieuw zal ik een kleine week pendelen tussen Jerusalem en de bezette Palestijnse gebieden.

Tineke, mijn vriendin, is er deze keer bij. We doen het grootste deel van de reis op ons tweetjes deze keer. Ik reken er op dat de contacten die ik vorige keer heb gelegd, voldoende deuren zullen openen voor ons.

Vanmorgen zijn we toegekomen – zo vroeg dat het nog donker was. Eerst dus maar uitgeslapen, en op het gemakje ons geinstalleerd in het hotel. Pas in de namiddag hebben we nog twee kantoren bezocht in Oost-Jeruzalem: dat van het AIC en dat van OCHA.

Het AIC heb ik vorige keer ook bezocht, ik veronderstel dat de info daarover hier nog wel ergens te vinden is tussen mijn vorige posts.
OCHA is de afdeling van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met alles wat te maken heeft met de Palstijnse gebieden en de Palestijnen. We zijn er buitengewandeld met een schat aan info, materiaal, en vooral landkaarten, die de bezetting schrijnend duidelijk in beeld brengen.

Vanaf morgen vliegen we er pas echt in, met een ‘uitstapje’ naar Bil’in. Nieuwsgierig wat daar te zien is? Kijk alvast eens rond op de website www.bilin-village.org/

Morgen onze versie van Bil’in!

Groetjes,
Tineke en Jelle